Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
no cure no pay. Gevallen die kennelijk dit kenmerk niet hebben, moeten worden aangemerkt als bijzondere gevallen in de zin van artikel 13a, tweede lid, van de Wahv. Dat volgt uit het arrest van de Hoge Raad van 24 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:985, punt 5.2 en 5.3. De huidige gemachtigde van de betrokkene is advocaat. Aan advocaten is het verlenen van rechtsbijstand op basis van
no cure no paybuiten twee zeer specifiek omschreven gevallen verboden, op zowel nationaal als Europees niveau. Dat volgt uit artikel 7.7 van de Verordening op de advocatuur van het college van afgevaardigden van de Nederlandse orde van advocaten en uit paragraaf 3.3 van de Code of conduct for european lawyers van de Council of Bars and Law Societies of Europe. Uit de hoedanigheid van de gemachtigde als advocaat volgt dat hij aan de betrokkene geen rechtsbijstand verleent op basis van
no cure no payen dat ten aanzien van de door hem verrichte proceshandeling ook op die grond geldt dat sprake is van een bijzonder geval waarin de wegingsfactor van 0,25 of 0,10 niet moet worden toegepast.