ECLI:NL:RBZWB:2026:4302

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
7 april 2026
Publicatiedatum
19 mei 2026
Zaaknummer
11514858
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 lid 1 EVRMArt. 13a lid 2 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens snelheidsovertreding op autosnelweg

Betrokkene werd beboet voor het rijden van 15 km/u te hard op de A16 nabij Breda op 13 juli 2023. De boete werd door de officier van justitie gehandhaafd, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Betrokkene voerde aan dat de flitspaal onjuist was geplaatst en dat het statief op een zachte ondergrond stond, wat de meting zou kunnen beïnvloeden.

De kantonrechter oordeelde dat de overtreding vaststaat en dat het meetinstrument correct is gebruikt. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van het beroep bij de kantonrechter.

De officier van justitie werd opgedragen het te veel betaalde bedrag aan zekerheid terug te betalen. De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd en de boete verlaagd tot € 102,- plus administratiekosten. De uitspraak werd gedaan op 7 april 2026 door kantonrechter W.H.C. van Eck.

Uitkomst: De boete voor snelheidsovertreding werd met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn en proceskosten werden toegekend.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer.: 11514858 \ MB VERZ 25-150
CJIB-nummer: [cjib-nummer]
uitspraakdatum: 7 april 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene] B.V.
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. T.F.V. Fleuren (Appjection B.V.)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 7 april 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. W. Geijlvoet (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 15 kilometer per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1) op de A16 (hectometerpaal 71.0 en 72.2) te Breda op 13 juli 2023 om 07:00 uur.
Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt dat de flitspaal 50 meter na de grens van België was geplaatst. Dit vond betrokkene vrij absurd omdat de snelheid in België 120 kilometer per uur bedraagt. Gemachtigde voert aan dat uit de CVMP en de handleiding van de meetapparatuur wordt verzocht om het statief niet op een zachte of glibberige ondergrond te plaatsen. Uit de flitsfoto lijkt het erop dat het statief was geplaatst op een zachte ondergrond, namelijk de grasstrook naast de weg. Hierdoor kan de gewijzigde meethoek worden vervalst. Voorts verzoekt gemachtigde om een proceskostenvergoeding. Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat de redelijke termijn is overschreden. De sanctie dient met 25% gematigd te worden.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De pleeglocatie en de grens van België liggen 1.3 kilometer bij elkaar vandaan. Betrokkene had dan ook voldoende tijd om zijn snelheid aan te passen. Verder maakt het voor de werking van de MultaRadar CT niet uit of het statief op een zachte ondergrond is geplaatst. Indien er bij een meting met de MultaRadar CT een foto is geproduceerd waarop een meetresultaat (gemeten snelheid) is vermeld dan heeft er een correcte meting plaatsgevonden en is de gemeten snelheid juist. Wel is er sprake van overschrijding van de redelijke termijn, waardoor de zittingsvertegenwoordiger verzoekt de sanctie met 25% te matigen.

Overwegingen

Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant en de foto’s in het dossier - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
Gelet op de verklaring van de verbalisant, is het snelheidsmeetmiddel op de voorgeschreven wijze gebruikt. Op weggebruikers rust een voortdurende verplichting om zich aan de maximumsnelheid te houden. De boete is dus terecht opgelegd.
Overschrijding redelijke termijn
Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter samen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de redelijke termijn overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Proceskosten
Omdat de boete wordt gematigd is er aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Daarbij gaat het alleen om de kosten in de fase waarin de redelijke termijn is overschreden, dus de kosten van het beroep bij de kantonrechter. Verder is de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep van na 31 december 2023. Daarom is de vermenigvuldigingsfactor 0,25 van artikel 13a, lid 2, Wahv van toepassing. [1]
De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:
beroepschrift 1 punt + zitting 1 punt = 2 punten x gewicht 0,5 x € 934,- x 0,25 = € 233,50.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 102,- plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 34,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 233,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2026.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending:

Voetnoten

1.Hoge Raad 24 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:985.