Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op een fiets op 27 september 2023 te Breda. Betrokkene stelde in beroep dat hij niet aan het fietsen was, maar met beide voeten de grond raakte en een steppende beweging maakte, wat ooggetuigen zouden kunnen bevestigen.
De officier van justitie handhaafde de boete, maar verzocht de rechtbank om matiging vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank oordeelde dat de gedraging van het vasthouden van het apparaat tijdens het besturen van de fiets wel degelijk was verricht, ook al maakte betrokkene een steppende beweging met één voet op de grond.
De rechtbank stelde vast dat de procedure langer dan twee jaar had geduurd, wat een schending van het recht op een redelijke termijn vormt. Daarom matigde zij de boete met 25%. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling terug te betalen. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete is met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.