ECLI:NL:RBZWB:2026:4315

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
7 april 2026
Publicatiedatum
19 mei 2026
Zaaknummer
11601953
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Besluit proceskosten bestuursrechtWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond tegen verkeersboete wegens ontbreken samenhang proceskostenvergoeding

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het rijden van 4 km/u te hard binnen de bebouwde kom op 8 september 2023. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep gegrond verklaarde en een proceskostenvergoeding toekende op basis van samenhang met tien andere zaken.

Betrokkene stelde vervolgens beroep in bij de kantonrechter, die op 7 april 2026 uitspraak deed. De gemachtigde voerde aan dat de zaken ten onrechte als samenhangend waren aangemerkt omdat ze niet gelijktijdig waren behandeld en de werkzaamheden niet nagenoeg identiek waren. De officier van justitie verdedigde de samenhang vanwege het gebruik van standaardverweren.

De kantonrechter oordeelde dat op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht en jurisprudentie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden geen sprake was van samenhangende zaken. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing vernietigd en een proceskostenvergoeding van €800 toegekend, met een nabetaling van €757,45 aan betrokkene. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gegrond verklaard en de proceskostenvergoeding op basis van samenhang met andere zaken is vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11601953 \ MB VERZ 25-471
CJIB-nummer : [cjib-nummer]
uitspraakdatum : 7 april 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde] )

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep gegrond verklaard en een proceskostenvergoeding toegekend waarbij samenhang met tien andere zaken is aangenomen. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 7 april 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. W. Geijlvoet (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 4 kilometer per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom (verkeersbord A1) op de Crogtdijk (kruising Terhijdenseweg) te Breda op 8 september 2023 om 17:42 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat een onjuiste proceskostenvergoeding is toegekend. Gemachtigde stelt dat ten onrechte zaken als samenhangend zijn aangemerkt, omdat de zaken niet gelijktijdig zijn behandeld en geen sprake is van nagenoeg identieke werkzaamheden. Gemachtigde verzoekt een proceskostenvergoeding voor deze zaak van € 624,00. Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat het niet de bedoeling is dat zaken worden opgespaard zodat er vervolgens kan worden gesteld dat er sprake is van standaardtekstblokken.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. In de 11 zaken worden slechts standaardverweren gebruikt. Deze zijn nagenoeg identiek aan elkaar. De officier van justitie heeft dan ook terecht deze 11 zaken als samenhangend aangemerkt.

Overwegingen

Samenhang
Artikel 3, tweede lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht bepaalt dat onder samenhangende zaken het volgende wordt begrepen: door een of meer belanghebbenden gemaakte bezwaren, die door het bestuursorgaan gelijktijdig of nagenoeg gelijktijdig zijn behandeld, waarin rechtsbijstand als bedoeld in artikel 1, onder a, is verleend door dezelfde persoon dan wel door een of meer personen die deel uitmaken van hetzelfde samenwerkingsverband en van wie de werkzaamheden in elk van die zaken (nagenoeg) identiek konden zijn.
Naar het oordeel van de kantonrechter is, gelet op het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ECLI:NL:GHARL:2022:3771, hier geen sprake van samenhangende zaken als bedoeld in het Besluit proceskosten bestuursrecht. De officier van justitie heeft dan ook ten onrechte samenhang van deze zaak met tien andere zaken aangenomen. Het beroep is gegrond.
Proceskosten
De kantonrechter overweegt dat voor de fase bij de kantonrechter wegingsfactor 0,25 zal worden toegepast, nu in deze fase alleen de proceskostenvergoeding nog in geschil was.
De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:
administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 666,- = € 333,00
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,25 x € 934,- = € 233,50
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,25 x € 934,- =
€ 233,50
€ 800,-
Bij de uitbetaling mag de officier van justitie het aan deze zaak toe te rekenen deel van de eerder toegekende proceskostenvergoeding in mindering brengen, te weten € 468,00 / 11 = € 42,55, zodat de nabetaling € 757,45 bedraagt.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie voor zover daarbij voor deze zaak een proceskostenvergoeding is toegekend gebaseerd op samenhangende zaken;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 800,-;
‒ bepaalt dat de officier van justitie daarvan € 757,45 dient (na) te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2026.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: