Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 233,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het rijden van 4 km/u te hard binnen de bebouwde kom op 8 september 2023. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep gegrond verklaarde en een proceskostenvergoeding toekende op basis van samenhang met tien andere zaken.
Betrokkene stelde vervolgens beroep in bij de kantonrechter, die op 7 april 2026 uitspraak deed. De gemachtigde voerde aan dat de zaken ten onrechte als samenhangend waren aangemerkt omdat ze niet gelijktijdig waren behandeld en de werkzaamheden niet nagenoeg identiek waren. De officier van justitie verdedigde de samenhang vanwege het gebruik van standaardverweren.
De kantonrechter oordeelde dat op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht en jurisprudentie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden geen sprake was van samenhangende zaken. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing vernietigd en een proceskostenvergoeding van €800 toegekend, met een nabetaling van €757,45 aan betrokkene. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gegrond verklaard en de proceskostenvergoeding op basis van samenhang met andere zaken is vernietigd.