Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 juni 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats 1] , eiseres,
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, UWV.
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
56 Ouderdomspensioen dat via de werkgever is opgebouwd of ouderdomspensioen opgebouwd via een verplichte bedrijfspensioenregeling / bedrijfstakpensioenregeling’. Gelet op hetgeen in artikel 3:3 en Pro artikel 3:5 van Pro het Aib is bepaald, heeft het UWV dit inkomen terecht als een in het Aib aangehaalde oudedagsvoorziening gekwalificeerd. Het bestreden besluit is volledig in lijn met de door het UWV aangehaalde rechtspraak [2] .
nadathet recht op de WW- en Ziektewetuitkering al is ingegaan. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat het UWV de betreffende ingehouden bedragen terecht – voor 70% - op de uitkering heeft gekort. De beroepsgronden van eiseres slagen niet.