ECLI:NL:RBZWB:2026:444
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM wegens niet-essentieel gebrek aan auto
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM van € 3.248 opgelegd door de inspecteur. De inspecteur had de aanslag gebaseerd op een hertaxatie waarbij geen waardevermindering wegens schade werd erkend vanwege een vermeend essentieel gebrek aan de auto.
De rechtbank oordeelt dat de auto door de RDW is goedgekeurd en dus geen essentieel gebrek heeft, waardoor waardevermindering wegens schade wel in aanmerking kan worden genomen. De rechtbank stelt de waardevermindering vast op € 416 en vermindert de naheffingsaanslag tot € 3.092.
Daarnaast is de redelijke termijn voor de afhandeling van het bezwaar met dertien maanden overschreden, waardoor belanghebbende recht heeft op een immateriële schadevergoeding van € 1.500, waarvan € 346 voor rekening van de inspecteur en € 1.154 voor de Staat.
De rechtbank veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van in totaal € 3.200. De uitspraak vernietigt de eerdere beslissing op bezwaar en wijst het beroep toe.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot € 3.092 en belanghebbende krijgt immateriële schadevergoeding en proceskosten toegekend.