ECLI:NL:RBZWB:2026:454
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Van de Kraats
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming schoolreis minderjarige ondanks ontbreken toestemming vader
De minderjarige, 17 jaar oud, woont sinds april 2024 bij haar oma nadat haar moeder is overleden. Haar vader is van rechtswege belast met het eenhoofdig gezag, maar onthield aanvankelijk toestemming voor een geplande schoolreis van 1 tot 4 februari 2026.
Omdat de vader pas de avond voor de zitting via WhatsApp toestemming gaf, was een procedure voor vervangende toestemming noodzakelijk. De rechtbank oordeelde dat vasthouden aan de hoofdregel dat een minderjarige door haar wettelijk vertegenwoordiger moet worden vertegenwoordigd, in deze situatie de toegang tot de rechter zou blokkeren en daarmee fundamentele rechten uit artikel 6 EVRM Pro zou aantasten.
De voorzieningenrechter doorbrak daarom de hoofdregel van processuele bekwaamheid en liet de minderjarige zelfstandig optreden met bijstand van haar advocaat. Ondanks de late toestemming via WhatsApp, waren de benodigde schooltoestemmingsformulieren nog niet ondertekend, waardoor vervangende toestemming werd verleend.
De rechtbank vond het belang van de minderjarige bij deelname aan de schoolreis, gezien haar persoonlijke en sociale ontwikkeling, doorslaggevend. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De minderjarige krijgt vervangende toestemming om deel te nemen aan de schoolreis van 1 tot 4 februari 2026.