Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:4583

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
26 mei 2026
Zaaknummer
BRE 26/474
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:24 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:36c Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken toereikende machtiging bij WOZ-beschikking

Belanghebbende B.V. heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-beschikking en aanslag onroerendezaakbelastingen 2025 voor een onroerend goed. Het beroepschrift is ingediend door een gesteld gemachtigde die echter geen toereikende machtiging van de bevoegde bestuurder heeft overgelegd.

De rechtbank heeft op 23 januari 2026 en opnieuw op 23 februari 2026 verzocht om een machtiging van de juiste bestuurder, die sinds 1 januari 2026 bevoegd is. Gesteld gemachtigde heeft hieraan geen gehoor gegeven en geen verontschuldiging voor het verzuim gegeven.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk en beoordeelt zij het beroep niet inhoudelijk. Het bestreden besluit blijft in stand en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een toereikende machtiging, waardoor het bestreden besluit in stand blijft.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 26/474

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] B.V., uit [plaats] , belanghebbende

(gesteld gemachtigde: [gemachtigde] , verbonden aan [WOZ-advieskantoor] ),
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking West-Brabant, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 11 december 2025. Het beroep ziet op de WOZ-beschikking en de aanslag onroerendezaakbelastingen 2025 voor het object [adres] met aanslagnummer [aanslagnummer] .
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat gesteld gemachtigde geen toereikende machtiging heeft ingediend en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. [1] Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. [2]
Is een toereikende machtiging overgelegd?
4. Het beroepschrift is ingediend door gesteld gemachtigde. Hij vermeldt daarin dat hij de gemachtigde is van belanghebbende. Hij heeft bij het beroepschrift echter geen toereikende machtiging bijgevoegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om dit beroep in te stellen namens belanghebbende.
4.1.
Uit de opgestuurde uittreksels van de Kamer van Koophandel volgt dat [persoon 1] sinds 1 januari 2026 de bevoegd bestuurder van belanghebbende is. Aangezien gesteld gemachtigde bij het beroepschrift een machtiging heeft overgelegd van [persoon 2] , heeft de rechtbank op 23 januari 2026 om een machtiging van [persoon 1] verzocht. De griffier heeft vervolgens op 23 februari 2026 nogmaals een bericht in het digitale dossier van belanghebbende geplaatst, waarin gesteld gemachtigde nogmaals in de gelegenheid is gesteld om een machtiging van de daartoe bevoegde bestuurder te overleggen. Van plaatsing van dit bericht is op dezelfde datum een notificatie aan gesteld gemachtigde verzonden naar het door hem voor dit doel opgegeven e-mailadres. Daarom neemt de rechtbank aan dat gesteld gemachtigde dit bericht op 23 februari 2026 heeft ontvangen. [3] Gesteld gemachtigde heeft binnen die termijn geen toereikende machtiging ingediend.
Is het niet tijdig indienen van een machtiging verontschuldigbaar?
5. Gesteld gemachtigde heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Uit het beroepschrift blijkt dat gesteld gemachtigde niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 27 mei 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb.
2.Dit staat in artikel 6:6 van Pro de Awb.
3.Gelet op artikel 8:36c, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).