Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
omstreeks 21 juni 2025 te Tilburg op de openbare weg, te weten aan de Burgemeester Brockslaan,
envergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 1] (in zijn functie van taxichauffeur), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat verdachte:
- die [slachtoffer 1] (met kracht) uit de personenauto (taxi) heeft geduwd;
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij
8.De wettelijke voorschriften
9.Beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder feit 4 primair ten laste gelegde feit;
overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994;
een gevangenisstraf van twintig (20) maanden, waarvan vier (4) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee (2) jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van drie (3) jaren;
[slachtoffer 1]van
€ 30.534,22,
waarvan € 26.534,22 aan materiële schade en € 4.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente over de immateriële schade vanaf 21 juni 2025 en vermeerderd met de wettelijke rente over de materiële schade vanaf 1 mei 2026, tot aan de dag der voldoening;
hij op of omstreeks 21 juni 2025 te Tilburg op of aan de openbare weg, te weten aan de Burgemeester Brockslaan, althans een openbare weg,
meermaals, althans eenmaal
- die [slachtoffer 1] tegen het lichaam heeft getrapt en/of
- (vervolgens) die [slachtoffer 1] (met kracht) uit de personenauto (taxi) heeft geduwd en/of
- (vervolgens) die [slachtoffer 1] in de rechterzij en/of onderrug heeft geslagen;
( art 310 Wetboek Pro van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )