ECLI:NL:RBZWB:2026:4656
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting bedrijfspand wegens overtreding Opiumwet
De burgemeester van de gemeente Waalwijk heeft op 25 maart 2026 het bedrijfspand van verzoeker per direct voor drie maanden gesloten vanwege een overtreding van de Opiumwet. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Verzoeker stelde dat er sprake was van een spoedeisend belang omdat hij zijn bedrijfsactiviteiten niet kon voortzetten en daardoor zijn eigendomsrecht werd geschonden. Hij gaf aan dat zijn werkzaamheden in de metaalbewerking essentieel zijn voor projecten bij opdrachtgevers en dat de sluiting zijn bedrijfsvoering ernstig belemmert.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van verzoeker vooral financieel van aard is en dat een financieel belang op zichzelf geen reden is voor een voorlopige voorziening. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in een financiële noodsituatie verkeert of dat de continuïteit van zijn onderneming wordt bedreigd. Ook werd meegewogen dat het pand al sinds 25 maart 2026 gesloten is en het verzoek pas op 6 mei 2026 werd ingediend. Daarom is het verzoek kennelijk ongegrond en wordt het afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van het bedrijfspand wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.