Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:4658

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 juni 2026
Publicatiedatum
27 mei 2026
Zaaknummer
BRE 25/5149 WIA
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 Wet WIAArt. 5 Wet WIA
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na zorgvuldige medische beoordeling

Eiseres, werkzaam als logistiek medewerker, vroeg een WIA-uitkering aan wegens fysieke klachten na zwangerschap en bevalling. Het UWV weigerde de uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank beoordeelde het medisch onderzoek van verzekeringsartsen en het arbeidskundig onderzoek van het UWV.

De verzekeringsartsen concludeerden dat eiseres hypertensie en rugklachten heeft, maar duurzaam benutbare mogelijkheden behoudt. De arbeidsdeskundige stelde dat eiseres geschikt is voor drie geduide functies. Eiseres voerde aan dat het UWV haar beperkingen onderschatte en dat de bezwaarprocedure te lang duurde.

De rechtbank vond het medisch onderzoek zorgvuldig en voldoende onderbouwd, ook de bezwaarprocedure was ondanks de lange duur volledig en zorgvuldig. De geduide functies zijn passend en de mate van arbeidsongeschiktheid juist vastgesteld. Het beroep van eiseres is ongegrond verklaard en zij krijgt geen WIA-uitkering.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van de WIA-uitkering is ongegrond verklaard omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats: Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/5149 WIA

uitspraak van 4 juni 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres,

(gemachtigde: mr. B.H. Vader),
en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, UWV.

Als derde partij heeft aan het geding deelgenomen:
mr. F.T. Hiemstra in zijn hoedanigheid als de curator van de failliet verklaarde besloten vennootschap [werkgever] B.V., uit [plaats] , werkgever.

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de weigering een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) toe te kennen aan eiseres. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het UWV terecht heeft geweigerd een WIA-uitkering aan eiseres toe te kennen.
1.1
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het onderzoek van de verzekeringsartsen voldoende zorgvuldig is geweest en dat het UWV met de geobjectiveerde beperkingen rekening heeft gehouden. Er is geen aanleiding voor het aannemen van extra beperkingen. Ook de beroepsgrond dat de beoordeling in bezwaar te lang heeft geduurd slaagt niet: de bezwaarprocedure heeft inderdaad lang geduurd, maar was wel volledig en zorgvuldig. De rechtbank ziet ook geen aanleiding om de voor eiseres geduide functies te (gedeeltelijk) te schrappen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is daarom ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.
1.2
Onder 2 staan de feiten en omstandigheden die van belang zijn. Onder 3 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 4 tot en met 6 zijn de grondslag van het besluit, het wettelijk kader en het toetsingskader opgenomen. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 7. Daarbij gaat de rechtbank in op de volgende vragen: zijn de beperkingen juist vastgesteld (medische beoordeling) en is de mate van arbeidsongeschiktheid juist vastgesteld (arbeidskundige beoordeling). Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Feiten en omstandigheden

2. Eiseres is bij werkgever werkzaam geweest als logistiek medewerker voor 40,17 uur per week. Eiseres heeft zich op 14 augustus 2020 ziekgemeld vanwege fysieke klachten. Voorafgaand aan haar uitval is zij op 31 mei 2020 bevallen en had zij tot 14 september 2020 bevallingsverlof. De verzekeringsarts heeft op 27 oktober 2020 overwogen dat de klachten van eiseres als gevolg van de zwangerschap zijn toegenomen. Eiseres heeft op 27 juli 2023 een WIA-uitkering aangevraagd. Bij besluit van 18 oktober 2023 heeft het UWV eiseres vanaf 1 oktober 2023 een voorschot op de WIA-uitkering toegekend.

Procesverloop

3. Het UWV heeft bij besluit van 5 januari 2024 (primaire besluit) geweigerd om eiseres per 12 augustus 2022 een WIA-uitkering toe te kennen. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Met het bestreden besluit van 1 september 2025 is het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
3.1
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
3.2
De rechtbank heeft het beroep op 23 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft eiseres, bijgestaan door haar gemachtigde, deelgenomen. [tolk] heeft als tolk voor eiseres opgetreden. Het UWV heeft zich laten vertegenwoordigen door [gemachtigde] .

Beoordeling door de rechtbank

4. Aan het bestreden besluit heeft het UWV ten grondslag gelegd dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
Wettelijk kader
5. De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Toetsingskader
6. Bij de beoordeling of het bestreden besluit juist is, is van belang of eiseres medische beperkingen heeft en of zij daardoor geheel of gedeeltelijk niet meer in staat is met arbeid inkomsten te verwerven.
Zijn de beperkingen juist vastgesteld?
7. Het bestreden besluit, voor zover dit ziet op de medische beoordeling, is gebaseerd op rapporten van een verzekeringsarts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep (verzekeringsarts b&b) van het UWV.
7.1
De verzekeringsarts heeft het dossier bestudeerd en eiseres heeft op
9 november 2023 het spreekuur van de verzekeringsarts bezocht. Bij het psychisch onderzoek constateert de verzekeringsarts geen bijzonderheden. Bij het lichamelijk onderzoek is de bloeddruk gemeten en is vastgesteld dat eiseres rugklachten heeft met uitstraling van de pijn tot in het been. De verzekeringsarts stelt als diagnoses hypertensie en lumbago met ischialgie. Volgens de verzekeringsarts heeft eiseres zich
ziekgemeld met een moeilijk te reguleren hypertensie en rugklachten die al aanwezig waren voorafgaand aan de zwangerschap. De claimklachten van eiseres zijn terug te herleiden naar medische aandoeningen in enge zin. De verzekeringsarts neemt aan dat de problematiek van zowel de hypertensie als de rugklachten zich al per einde wachttijd voordeden. Eiseres heeft volgens de verzekeringsarts duurzaam benutbare mogelijkheden.
De verzekeringsarts b&b heeft ook het dossier bestudeerd en de verzekeringsarts b&b heeft eiseres gesproken tijdens de hoorzitting op 27 februari 2025. Na de hoorzitting heeft de verzekeringsarts b&b eiseres onderzocht tijdens een spreekuurcontact en er is in bezwaar nog medische informatie opgevraagd. De verzekeringsarts b&b constateert bij het psychisch en lichamelijk onderzoek weinig bijzonderheden en overweegt dat er alleen een extra beperking aangenomen moet worden voor de blootstelling aan een koude werkomgeving. De verzekeringsarts b&b vindt, net zoals de verzekeringsarts, dat eiseres duurzaam benutbare mogelijkheden heeft. Zij kan de algemeen dagelijkse levensverrichtingen zelfstandig uitvoeren, verricht huishoudelijk werk, doet de boodschappen, verzorgt haar zoontje en kookt warme maaltijden. Uit de informatie van de internist volgt dat er op datum in geding sprake was van hypertensie zonder bekende oorzaak. De metingen die het dichtste bij de datum in geding liggen zijn hoog maar niet verontrustend hoog. Verder is geen sprake van een opname en blijkt uit informatie van de internist ook niet van secundaire orgaanschade. De verzekeringsarts b&b wijst de in bezwaar aangevoerde beperking voor het werken met machines en verplaatsing per auto of het openbaar vervoer af. Er blijkt niet dat er sprake is van daadwerkelijke bijwerkingen als gevolg van de medicatie zoals duizeligheid en hartritmestoornissen. In de brief van de internist van 9 april 2024 is alleen hoofdpijn en misselijkheid benoemd.
Rekening houdend met de extra beperking voor koude werkomstandigheden heeft de verzekeringsarts b&b de Functionele mogelijkhedenlijst FML van 17 maart 2025 aangepast.
7.2
Eiseres heeft tegen het medisch oordeel van het UWV aangevoerd dat
er geen sprake is van een deugdelijke beoordeling door het zeer trage handelen van het UWV in bezwaar. Alleen daarom al is het beroep volgens eiseres gegrond. Verder verwijst eiseres naar de informatie van de internist van 31 juli 2022 waarin aangegeven wordt dat er sprake is van veel bijwerkingen en dat de medicatie van eiseres daarop aangepast is. Volgens eiseres heeft het UWV niet meegewogen dat eiseres enkel simpele en zeer beperkte activiteiten verricht en dat zij nagenoeg niets in huis doet. Zij is daarom ook niet tot autorijden in staat of het werken met machines. Het UWV heeft de beperkingen van eiseres te beperkt opgevat.
7.3
De rechtbank is van oordeel dat het medisch onderzoek op een voldoende zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. Uit de rapporten van de verzekeringsartsen blijkt dat zij op de hoogte waren van de door eiseres gestelde klachten, waaronder hypertensie en rugklachten. Bij de opstelling van de FML is met het geobjectiveerde deel van de klachten rekening gehouden. Eiseres heeft in beroep geen nieuwe medische informatie ingediend. De rechtbank heeft geen aanleiding om te twijfelen aan de belastbaarheid die de verzekeringsartsen hebben aangenomen. Daarbij is in aanmerking genomen dat partijen het er over eens zijn dat eiseres in de kern beperkt is door rugklachten en door hypertensie. Ter zake de rugklachten geldt dat eiseres tijdens de wachttijd een MRI-scan heeft laten maken. Uit de scan volgt dat er geen sprake is van een beknelling en dat het lijkt te gaan om aspecifieke rugklachten. Eiseres is daarbij geadviseerd om fysiotherapie te volgen. Verder volgt het voorgaande ook uit de informatie van de internist van 2 maart 2021 en is daarin ook aangegeven dat eiseres gebaat is bij een actieve leefstijl met zo nodig pijnstilling en fysiotherapie. In de informatie van 12 maart 2023 van de internist is bevestigd dat er geen sprake is van orgaanbeschadiging als gevolg van de hypertensie. De medicatie van eiseres is tevens aangepast. De rechtbank kan de overwegingen van de verzekeringsarts b&b volgen ter zake de combinatie van de niet verontrustend hoge bloeddruk, geen gevolgschade en de aangenomen beperkingen. Hetgeen eiseres aanvoert over haar dagelijkse activiteiten is niet geobjectiveerd en de overwegingen van de verzekeringsarts b&b sluiten aan bij de bevindingen uit de onderzoeken. Verder is hetgeen eiseres tijdens het spreekuur bij de verzekeringsarts b&b heeft aangegeven ook in lijn met het dagverhaal dat is opgenomen in de rapportage van de verzekeringsarts van 20 november 2023.
De rechtbank heeft er begrip voor dat eiseres in beroep opkomt tegen het trage handelen door het UWV. Het heeft inderdaad ook lang geduurd. Dat neemt niet weg dat de rechtbank de beoordeling tot en met het bestreden besluit wel zorgvuldig acht. Het UWV heeft voor de beoordeling door de verzekeringsartsen te kampen met een capaciteitsprobleem. Dat blijkt ook het geval in deze zaak: aan eiseres is bij besluit van 25 september 2024 een dwangsom toegekend voor het verstrijken van de beslistermijn in bezwaar. Vervolgens is in februari 2025 een hoorzitting gehouden. Na de hoorzitting heeft de verzekeringsarts b&b medische informatie opgevraagd. Na ontvangst van de informatie heeft de verzekeringsarts b&b gerapporteerd. Onderdeel van het onderzoek was niet alleen een dossierstudie en het opvragen van medische informatie, maar ook nog een fysiek spreekuurcontact na de hoorzitting. Vervolgens was er ook nog tijd gemoeid met de beoordeling door de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (arbeidsdeskundige b&b).
Niet gebleken is dat in de FML van 17 maart 2025 de beperkingen van eiseres zijn onderschat. De beroepsgrond dat eiseres meer beperkt moet worden, slaagt niet. Voor de verdere beoordeling gaat de rechtbank dan ook uit van de belastbaarheid die is neergelegd in die FML.
Zijn de aan de schatting ten grondslag gelegde functies geschikt?
8. Een arbeidsdeskundige b&b van het UWV heeft, rekening houdend met de vastgestelde FML, de volgende functies ten grondslag gelegd aan de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid: Textielproductenmaker (excl. Vervaardigen textiel, SBC-code 111160), Lader, losser (SBC-code 111220) en Snackbereider (handmatig, SBC-code 111071).
8.1
Eiseres heeft geen beroepsgronden tegen de geduide functies ingebracht. Bij de beoordeling van de geschiktheid van de geduide functies verwijst de rechtbank naar de rapportage van de arbeidsdeskundige b&b. In deze rapportage is inzichtelijk gemotiveerd dat, uitgaande van de vastgestelde beperkingen, eiseres de werkzaamheden kan verrichten die verbonden zijn aan de geduide functies. Haar standpunt dat zij niet in staat is deze functies te verrichten, volgt uit haar opvatting dat de medische beperkingen zijn onderschat. Zoals de rechtbank in overweging 7.3 heeft geconcludeerd, is die opvatting niet juist. Daarnaast wijst de rechtbank op de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 19 juli 2023 [1] . In die uitspraak is de beoordeling van de geschiktheid van geduide functies aangescherpt. Kort zakelijk weergegeven, dient alleen de medische geschiktheid van de geduide functies op de aangevochten beperkingen te worden beoordeeld. De beroepsgronden van eiseres geven de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de medische geschiktheid van de geselecteerde functies. De in overweging 8 genoemde functies mochten worden gebruikt voor de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid.
Is de mate van arbeidsongeschiktheid juist vastgesteld?
9. Op basis van de inkomsten die eiseres met de geduide functies zou kunnen verdienen, heeft het UWV een berekening gemaakt die leidt tot de conclusie dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Omdat eiseres tegen deze berekening geen gronden naar voren heeft gebracht, gaat de rechtbank uit van deze mate van arbeidsongeschiktheid.
9.1
Omdat pas recht bestaat op een WIA-uitkering bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 35% of meer, heeft het UWV de WIA-uitkering terecht geweigerd per 12 augustus 2022.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat er voor eiseres niks verandert.
10.1
Omdat het beroep ongegrond wordt verklaard, krijgt eiseres geen proceskostenvergoeding. Ook krijgt eiseres het griffierecht niet vergoed.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J.E. Loontjens, griffier, op 4 juni 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Bijlage wettelijk kader

In artikel 4, eerste lid, van de Wet WIA is bepaald dat volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur.
Volgens artikel 5 van Pro de Wet WIA is gedeeltelijk arbeidsgeschikt degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling slechts in staat is met arbeid ten hoogste 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur, maar die niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Dit betekent dat pas recht op uitkering bestaat bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 35% of meer.

Voetnoten

1.CRvB 19 juli 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1413.