ECLI:NL:RBZWB:2026:4695
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen oplegging Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer
Eiser werd op 17 mei 2025 aangehouden op verdenking van rijden onder invloed van alcohol. Verweerder legde op 18 juli 2025 een Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA) op. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde eiser beroep in tegen het bestreden besluit dat de EMA handhaafde.
Eiser voerde aan dat hij geen auto had bestuurd en dat hem niet was medegedeeld welke gevolgen de weigering van een bloedonderzoek zou hebben. Hij verzocht om een lichtere maatregel, een LEMA-cursus. De rechtbank oordeelde dat uit het proces-verbaal en getuigenverklaringen het vermoeden voortvloeit dat eiser onder invloed heeft gereden en dat hij de rijvaardigheid ontbeerde. Tevens weigerde hij mee te werken aan bloedonderzoek, waarbij hem was medegedeeld dat een educatieve maatregel kon worden opgelegd.
De rechtbank stelde vast dat verweerder op grond van de Wegenverkeerswet 1994 en de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 verplicht was de EMA op te leggen. Er is geen ruimte voor een belangenafweging of afwijking op grond van persoonlijke omstandigheden. De rechtbank wees het verzoek om een LEMA-cursus af omdat de regelgeving dit niet toestaat.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond, wees het griffierecht af en kende geen proceskostenvergoeding toe. De uitspraak werd gedaan door rechter I.M. Josten op 28 mei 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de oplegging van de Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer wordt ongegrond verklaard.