ECLI:NL:RBZWB:2026:48

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 januari 2026
Publicatiedatum
8 januari 2026
Zaaknummer
BRE 25/1422
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep compensatie toeslagen

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een besluit van 31 maart 2025 over compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen, maar dit beroep later ingetrokken nadat hij aanvullende informatie ontving over de werkelijke schade. Verzoeker vorderde vervolgens een proceskostenvergoeding omdat hij meende dat het noodzakelijk was beroep in te stellen vanwege het ontbreken van relevante stukken in de bezwaarprocedure.

De rechtbank heeft beoordeeld of verweerder geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen, wat een voorwaarde is voor toewijzing van proceskosten. Omdat de beslissing op bezwaar niet is gewijzigd en het volledige bezwaardossier aan verzoeker was verstrekt, concludeert de rechtbank dat aan deze voorwaarde niet is voldaan.

Verder oordeelt de rechtbank dat er geen andere gronden zijn om proceskosten toe te kennen. Het verzoek wordt daarom afgewezen. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 8 januari 2026 door rechter S.A.M.L. van de Sande.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat niet is voldaan aan de voorwaarden voor tegemoetkoming en het bezwaardossier volledig is verstrekt.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/1422

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 januari 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. N. Kose-Albayrak),
en

Dienst Toeslagen, verweerder

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van 31 maart 2025. Dit besluit had betrekking op de vastgestelde compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen.
1.1. Verzoeker heeft het beroep ingetrokken omdat hij in het traject van de vergoeding werkelijke schade meer informatie heeft ontvangen en omdat zijn formele punten van beroep ingebracht zullen worden in het traject van de werkelijke schade. Omdat het persoonlijk dossier en/of het ouderdossier niet is verstrekt in de bezwaarprocedure is verzoeker van mening dat het noodzakelijk was om beroep in te stellen en dat er aanleiding bestaat om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
1.2.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Verweerder heeft gesteld dat de beslissing op bezwaar tijdens de beroepsprocedure niet is gewijzigd. Verder heeft verweerder er op gewezen dat er de stukken die ten grondslag hebben gelegen aan het bestreden besluit met verzoeker in de bezwaarprocedure zijn gedeeld. Dat verzoeker via een andere weg andere stukken heeft ontvangen die tot intrekking van het beroep hebben geleid, doet daar volgens verweerder niets aan af.
1.3.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2] De rechtbank moet dus beoordelen of geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen. Zoals verweerder terecht heeft opgemerkt is de beslissing op bezwaar niet gewijzigd tijdens de beroepsprocedure. Dat betekent dat er niet geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
4. Ook anderszins bestaat er geen aanleiding om over te gaan tot een veroordeling in de proceskosten. Uit het dossier blijkt dat in bezwaar het volledige bezwaardossier is verstrekt aan verzoeker. Daarmee heeft verweerder aan zijn verplichting om de op de zaak betrekking hebbende stukken over te leggen voldaan. [3] Verzoeker wordt dus niet gevolgd in zijn stelling dat hij vanwege het ontbreken van relevante stukken genoodzaakt was om beroep in te stellen.
5. Uit hetgeen hiervoor is overwogen zal het verzoek van verzoeker worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 8 januari 2026 en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).