ECLI:NL:RVS:2025:2990
Raad van State
- Hoger beroep
- J.M. Willems
- C.H. Bangma
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging forfaitaire immateriële schadevergoeding in toeslagencompensatie
De zaak betreft het hoger beroep van een gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire tegen de vaststelling van haar compensatiebedrag door de Dienst Toeslagen. De compensatie betreft schade over de jaren 2008 en 2009 vanwege institutionele vooringenomenheid bij het onderzoek naar fraude bij het gastouderbureau waar zij cliënt was. De Dienst Toeslagen kende haar een bedrag toe, dat na bezwaar werd verhoogd, waarbij de immateriële schade forfaitair werd vastgesteld op €500 per half jaar.
De rechtbank oordeelde dat de Dienst Toeslagen niet mocht afwijken van deze forfaitaire vaststelling, omdat de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) dit voorschrijft en toetsing aan het evenredigheidsbeginsel door het toetsingsverbod van artikel 120 Grondwet Pro en artikel 11 Wet Pro algemene bepalingen bestuursrecht (Awb) niet mogelijk is. De rechtbank verwierp ook het beroep op het vertrouwensbeginsel en de eis tot overlegging van het persoonlijk dossier.
In hoger beroep heeft de Afdeling bestuursrechtspraak deze uitspraak bevestigd. De Afdeling benadrukt dat de forfaitaire vergoeding bedoeld is voor stress, ongemak en onzekerheid door tijdsverloop en dat de wetgever expliciet heeft gekozen voor dit bedrag, met de mogelijkheid voor aanvullende compensatie via de Commissie Werkelijke Schade. Het toetsingsverbod staat een toetsing aan het evenredigheidsbeginsel in de weg, ook al zijn er na de totstandkoming van de Wht nieuwe omstandigheden zoals conclusies van discriminatie en boetes van de Autoriteit Persoonsgegevens.
De Afdeling oordeelt verder dat de Dienst Toeslagen niet verplicht is het volledige persoonlijk dossier te overleggen, omdat alleen stukken die op de zaak betrekking hebben moeten worden overgelegd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de forfaitaire immateriële schadevergoeding van €500 per half jaar blijft gehandhaafd.