ECLI:NL:RBZWB:2026:4860
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over omgevingsvergunning kinderopvang en gebreken in besluitvorming
Verzoeker maakt bezwaar tegen de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk heeft verleend aan Flekss Kinderopvang voor het vestigen van een buitenschoolse opvang op de eerste verdieping van een pand. De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek om voorlopige voorziening en constateert dat de opvang al geopend is, waardoor sprake is van een spoedeisend belang.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan, maar dat het college bevoegd is om bij omgevingsvergunning hiervan af te wijken mits aan voorwaarden wordt voldaan. Het college heeft echter nagelaten een expliciete afweging te maken of de activiteit past binnen de beleidsruimte (etfal-toets). Ook is het akoestisch onderzoek niet getoetst aan de juiste geluidsnormen voor een twee-onder-een-kap-constructie, en is de parkeerdruk onjuist berekend doordat het bruto vloeroppervlak verkeerd is vastgesteld en onterecht is gesaldeerd met niet-gerealiseerde parkeerplaatsen.
Deze gebreken leiden tot de conclusie dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd is en niet voldoet aan de vereisten. De voorzieningenrechter geeft het college zes weken de tijd om de gebreken te herstellen, met een termijn van twee weken om te melden of het college hiervan gebruik maakt. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het belang van de vergunninghouder zwaarder weegt dan dat van verzoeker.
De uitspraak is een tussenuitspraak, waarbij verdere beslissingen worden aangehouden tot de einduitspraak. Er is nog geen hoger beroep mogelijk tegen deze tussenuitspraak.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het college krijgt zes weken om de gebreken in het bestreden besluit te herstellen.