ECLI:NL:RBZWB:2026:4867
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Eiser was fulltime schilder via een uitzendbureau en viel uit door neurologische klachten na een trauma-ongeval. Zijn dienstverband eindigde per 17 januari 2023 en hij ontving een Ziektewetuitkering vanaf 19 januari 2023. Het UWV beëindigde deze uitkering per 19 april 2024 omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank beoordeelde of de beperkingen van eiser juist waren vastgesteld. De medische beoordeling door verzekeringsartsen van het UWV concludeerde dat er geen objectief vastgestelde beperkingen waren die een hogere mate van arbeidsongeschiktheid rechtvaardigden. Hoewel eiser psychische klachten en pijn aanvoerde, waren deze niet medisch objectief vastgesteld op de datum in geding. De verzekeringsarts b&b nam wel aanvullende beperkingen aan voor stressvolle werkzaamheden en beperkte werktijden.
De arbeidsdeskundige stelde geschikte functies vast voor de berekening van de arbeidsongeschiktheid. Op basis hiervan concludeerde het UWV dat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt was. De rechtbank vond de medische en arbeidskundige beoordelingen zorgvuldig en voldoende onderbouwd. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard, waardoor de beëindiging van de ZW-uitkering rechtmatig is. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de beëindiging van zijn Ziektewetuitkering wordt ongegrond verklaard omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.