ECLI:NL:RBZWB:2026:4887
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens onbevoegdheid bestuursrechter bij niet-publiekrechtelijk verzoek aan minister
Opposante verzet zich tegen een eerdere uitspraak waarin de rechtbank zich onbevoegd verklaarde kennis te nemen van haar beroep tegen het niet tijdig beslissen door de minister op haar verzoek uit 2024 om toestemming te geven aan een ziekenhuis om haar patiëntendossier aan te passen.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek van opposante geen publiekrechtelijke rechtshandeling betreft en dat de minister niet op grond van een wettelijke bevoegdheid een besluit kan nemen dat een rechtsgevolg heeft. Hierdoor is er geen sprake van een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en is de bestuursrechter onbevoegd om te oordelen over het geschil en het schadeverzoek.
Opposante stelde dat er wel sprake was van een niet tijdig genomen besluit, maar de rechtbank bevestigt dat het besluitbegrip in artikel 1:3 Awb Pro vereist dat het een schriftelijke publiekrechtelijke rechtshandeling betreft, wat hier niet het geval is.
Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand. De rechtbank wijst erop dat opposante haar geschil kan voorleggen aan de civiele rechter. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat de minister geen publiekrechtelijk besluit heeft genomen en de bestuursrechter onbevoegd is.