ECLI:NL:RBZWB:2026:491

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
28 januari 2026
Zaaknummer
25/444 en 25/445
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling heffingsambtenaar tot betaling proceskosten na intrekking beroepen rioolheffing

Belanghebbende had beroepen ingesteld tegen de aanslagen rioolheffing 2023 en 2024, maar heeft deze beroepen ingetrokken nadat de heffingsambtenaar de besluiten had herzien. Bij intrekking verzocht belanghebbende om een proceskostenvergoeding voor de bezwaar- en beroepsprocedure.

De heffingsambtenaar stemde in met het verzoek tot vergoeding van de gemaakte proceskosten en het door belanghebbende betaalde griffierecht. De rechtbank heeft zonder zitting uitspraak gedaan en het verzoek tot proceskostenvergoeding als kennelijk gegrond toegewezen.

De vergoeding is berekend op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij voor de rechtsbijstand door een gemachtigde vaste bedragen per proceshandeling gelden. Voor bezwaar is dit €666 per proceshandeling en voor beroep €934 per proceshandeling. Omdat er een bezwaar- en beroepschrift zijn ingediend, bedraagt de totale vergoeding €1.600.

Daarnaast wijst de rechtbank erop dat de heffingsambtenaar verplicht is het griffierecht van €53,- te vergoeden, waarvoor belanghebbende zich rechtstreeks tot de heffingsambtenaar moet wenden.

De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van €1.600 aan proceskosten aan belanghebbende.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van €1.600 aan proceskosten aan belanghebbende.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 25/444 en 25/445

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 januari 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende

(gemachtigde: mr. A.C.F. Berkhof),
en

de heffingsambtenaar van SaBeWa Zeeland, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van belanghebbende om een veroordeling van de heffingsambtenaar in de proceskosten. Belanghebbende heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroepen tegen de besluiten van de heffingsambtenaar van 9 januari 2025. Hij heeft de beroepen betreffende de aanslagen rioolheffing 2023 en 2024 met aanslagnummers [aanslagnummer 1] en [aanslagnummer 2] ingetrokken omdat de heffingsambtenaar de besluiten heeft herzien.
1.1.
De rechtbank heeft de heffingsambtenaar in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De heffingsambtenaar heeft de rechtbank medegedeeld dat hij akkoord gaat met het vergoeden van de gemaakte proceskosten en het door belanghebbende betaalde griffierecht.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. Belanghebbende heeft de beroepen ingetrokken en verzocht om een proceskostenvergoeding voor de bezwaar- en beroepsprocedure. De heffingsambtenaar heeft aangegeven akkoord te zijn met het vergoeden hiervan. De rechtbank ziet geen aanleiding om anders te beslissen en wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Belanghebbende krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. De heffingsambtenaar moet deze vergoeding betalen.
Welk bedrag aan proceskosten moet de heffingsambtenaar aan belanghebbende vergoeden?
3. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt belanghebbende een vast bedrag per proceshandeling. In bezwaar heeft elke proceshandeling een waarde van
€ 666. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934. De gemachtigde heeft een bezwaar- en beroepschrift ingediend. De totale vergoeding bedraagt dus € 1.600.
Krijgt belanghebbende een vergoeding van het griffierecht?
4. De rechtbank wijst erop dat de heffingsambtenaar verplicht is het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden. [2] Belanghebbende moet zich hiervoor dan ook tot de heffingsambtenaar wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 1.600,- aan proceskosten aan belanghebbende.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van D. Weijtens, griffier, op 28 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst en wordt aan de partij die niet digitaal procedeert aangetekend per post verzonden op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.