ECLI:NL:RBZWB:2026:491
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling heffingsambtenaar tot betaling proceskosten na intrekking beroepen rioolheffing
Belanghebbende had beroepen ingesteld tegen de aanslagen rioolheffing 2023 en 2024, maar heeft deze beroepen ingetrokken nadat de heffingsambtenaar de besluiten had herzien. Bij intrekking verzocht belanghebbende om een proceskostenvergoeding voor de bezwaar- en beroepsprocedure.
De heffingsambtenaar stemde in met het verzoek tot vergoeding van de gemaakte proceskosten en het door belanghebbende betaalde griffierecht. De rechtbank heeft zonder zitting uitspraak gedaan en het verzoek tot proceskostenvergoeding als kennelijk gegrond toegewezen.
De vergoeding is berekend op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij voor de rechtsbijstand door een gemachtigde vaste bedragen per proceshandeling gelden. Voor bezwaar is dit €666 per proceshandeling en voor beroep €934 per proceshandeling. Omdat er een bezwaar- en beroepschrift zijn ingediend, bedraagt de totale vergoeding €1.600.
Daarnaast wijst de rechtbank erop dat de heffingsambtenaar verplicht is het griffierecht van €53,- te vergoeden, waarvoor belanghebbende zich rechtstreeks tot de heffingsambtenaar moet wenden.
De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van €1.600 aan proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van €1.600 aan proceskosten aan belanghebbende.