Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
[adres 1] ,
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van Strafvordering, te weten
de gedragsaanwijzing d.d. 6 februari 2026, gegeven door de officier van justitie te Zeeland-West-Brabant door zich op te houden aan de [straat] .
krachtens een wettelijk voorschrift, te weten 172a eerste lid van de Gemeentewet en
in overeenstemming met de beleidsregel gebiedsontzeggingen Vlissingen 2017,
gedaan door of namens de burgemeester van Vlissingen, in elk geval een ambtenaar
als bedoeld in artikel 184 Wetboek Pro van Strafrecht, eerste en/of tweede lid,
inhoudende dat hij, verdachte, zich in de periode gelegen in 24-12-25 tot en met
24-3-2026 niet mocht bevinden in/op de [locatie] ,
door, zich op voornoemde datum om 11.41 uur in/op [adres 2] ,
te bevinden.
een bevel, te weten een gebiedsverbod, kenmerk 2722893 / 2796149, krachtens een
wettelijk voorschrift (te weten artikel 172a van de Gemeentewet), gedaan door of
namens de burgemeester van de gemeente Vlissingen, in elk geval een ambtenaar
als bedoeld in artikel 184 Wetboek Pro van Strafrecht, eerste en/of tweede lid,
inhoudende - zakelijk weergegeven - dat hij, verdachte, zich in de periode van
bevonden en/of begeven op de [straat] , aldaar.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
De ernst van de feiten
De persoonlijke omstandigheden
Oplegging maatregel
7.De vordering tenuitvoerlegging
8.De wettelijke voorschriften
9.Beslissing
plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor twee jaar;
opzettelijk heeft gehandeld in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens
artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten
de gedragsaanwijzing d.d. 6 februari 2026,
gegeven door de officier van justitie te Zeeland-West-Brabant
door zich op te houden aan de [straat] ;
( art 184a lid 1 Wetboek van Strafrecht)
opzettelijk
niet heeft voldaan aan een bevel, te weten een gebiedsverbod, kenmerk
2722893/2796149
krachtens een wettelijk voorschrift, te weten 172a eerste lid van de Gemeentewet en
in overenstemming met de beleidsregel gebiedsontzeggingen Vlissingen 2017,
gedaan door of namens de burgemeester van Vlissingen, in elk geval een ambtenaar
als bedoeld in artikel 184 Wetboek Pro van Strafrecht,
eerste en/of tweede lid,
inhoudende dat hij, verdachte, zich in de periode gelegen in 24-12-25 tot en met
24-3-2026 niet mocht bevinden in/op de [locatie] ,
door, zich op voornoemde datum om 11.41 uur in/op [adres 2] ,
althans op een openbare weg of plaats gelegen in voornoemd gebied te bevinden;
( art 184 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )
een bevel, te weten een gebiedsverbod, kenmerk 2722893 / 2796149, krachtens een
wettelijk voorschrift (te weten artikel 172a van de Gemeentewet), gedaan door of
namens de burgemeester van de gemeente Vlissingen, in elk geval een ambtenaar
als bedoeld in artikel 184 Wetboek Pro van Strafrecht, eerste en/of tweede lid,
inhoudende - zakelijk weergegeven - dat hij, verdachte, zich in de periode van 24
december 2025 tot en met 24
maart 2026 niet mocht bevinden in de [straat] , immers heeft hij,
verdachte, (na uitreiking van dat bevel) zich op 01 februari 2026 (te Vlissingen)
bevonden en/of begeven op de [straat] , aldaar;