Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
feit 1:op 22 juni 2025 samen met een ander, al dan niet met voorbedachten rade, heeft geprobeerd om [slachtoffer] te doden (
primair) dan wel heeft geprobeerd zwaar lichamelijk letsel toe te brengen (
subsidiair) door met een vuurwapen meerdere kogels op zijn lichaam af te vuren;
feit 2:op 22 juni 2025 samen met een ander een vuurwapen en munitie voorhanden had.
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
And tonight we gonna shoot everybody man”. Niet is echter vast te stellen dat verdachte en [medeverdachte] toen al samen waren en evenmin kan hieruit worden afgeleid dat dit filmpje ziet op het gaan schieten op [slachtoffer] .
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij
€ 554,84toewijzen. De rechtbank is van oordeel dat de kosten van het trainingspak, het eigen risico en de reiskosten in voldoende rechtstreeks verband staan met het bewezenverklaarde en voldoende met stukken zijn onderbouwd. De rechtbank wijst ook de reiskosten van het getuigenverhoor toe, omdat het slachtoffer niet kan worden verplicht om een kostenvergoeding bij de rechtbank te vragen.
Voor het verlies van verdienvermogen is de rechtbank van oordeel dat deze schadepost onvoldoende is onderbouwd met stukken waaruit blijkt dat de arbeidsovereenkomst van het slachtoffer door het bewezenverklaarde niet is verlengd. Het vereist nader onderzoek om dit uit te zoeken, welk onderzoek een onevenredige belasting van het strafproces zou vormen. Daarom zal de benadeelde partij voor wat betreft dit deel van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. Dat deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
€ 3.000,-, gelet op de omstandigheden, de onderbouwing die aan de vordering ten grondslag ligt en de hoogte van de schadevergoedingen die in min of meer vergelijkbare gevallen zijn toegekend. De rechtbank is van oordeel dat deze schade in een voldoende verband staat met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die rechtstreeks is toegebracht door het bewezenverklaarde feit. Uit de toelichting op de vordering van de benadeelde partij blijkt dat het incident een grote impact op het slachtoffer heeft (gehad). Het slachtoffer is angstig en alert in openbare ruimtes en is voornemens om EMDR-therapie te gaan volgen. Daarnaast heeft het slachtoffer pijn en hinder door het handelen van verdachte ondervonden en moest de kogel in zijn buik operatief worden verwijderd. De rechtbank acht het dan ook aannemelijk dat het incident ingrijpende gevolgen voor het slachtoffer heeft gehad. De rechtbank weegt verder mee dat uit de medische informatie in het dossier volgt dat het slachtoffer één maand na het incident geen klachten meer had en het incident geen blijvende gevolgen voor zijn gezondheid heeft (gehad), uitgezonderd van de littekens. Voor het overige deel van de vordering zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren. Dat deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
8.De wettelijke voorschriften
9.Beslissing
spreekt verdachte vrijvan het impliciet primair onder het primair ten laste gelegde feit 1;
een werkstraf van 100 (honderd) uren;
vervangende jeugddetentiezal worden toegepast van
50 (vijftig) dagen;
een jeugddetentie van 360 (driehonderdzestig) dagen waarvan 217 (tweehonderdzeventien) dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardendat verdachte:
De elektronische monitoring geldt tot maximaal 1 oktober 2026 of zoveel korter als de jeugdreclassering nodig acht;
van rechtswege gelden de bijzondere voorwaardendat verdachte:
[slachtoffer]van
€ 3.554,84, waarvan € 554,84 aan materiële schade en € 3.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 22 juni 2025 tot aan de dag der voldoening;
[slachtoffer] , € 3.554,84te betalen, waarvan € 554,84 aan materiële schade en € 3.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 juni 2025 tot aan de dag der voldoening;
0 dagen gijzelingkan worden toegepast;