Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juni 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, het college.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
De rechtbank zal het college, gezien het arrest van de Hoge Raad van 21 december 2018 [3] , veroordelen om over het bedrag aan griffierecht en proceskosten wettelijke rente te vergoeden vanaf vier weken na de uitspraak van de rechtbank tot aan de dag van algehele voldoening. De rechtbank ziet geen aanleiding het college te veroordelen tot betaling van wettelijke rente over de onder 5 genoemde dwangsom, omdat nog niet vaststaat dat het college deze dwangsom ook daadwerkelijk zal verbeuren.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt het college op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar bekend te maken;
- bepaalt dat het college aan eiser een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,- ;
- wijst het verzoek om het college te veroordelen tot vergoeding van wettelijke rente over de dwangsom af;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 200,- aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan eiser;
- veroordeelt het college tot vergoeding van de wettelijke rente over het griffierecht van