ECLI:NL:RBZWB:2026:518

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 januari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
BRE 24/5818
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 8:54 AwbAlgemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd inzake schadeverzoek FSV-registratie

Verzoekster heeft een schadeverzoek ingediend bij de minister van Financiën vanwege een registratie in het Fraude Signalering Voorziening (FSV)-systeem, waarvan zij stelt dat deze in strijd is met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Na afwijzing van haar verzoek door de minister, wendde zij zich tot de bestuursrechter.

De rechtbank oordeelt dat de verwerking van persoonsgegevens een feitelijke handeling betreft en geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hierdoor is de bestuursrechter niet bevoegd om over het schadeverzoek te oordelen. De juiste weg voor verzoekster is de burgerlijke rechter.

De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd en wijst erop dat het betaalde griffierecht zal worden terugbetaald. Verzoekster wordt geadviseerd een civiele procedure te starten, waarbij een dagvaarding en inschakeling van een gerechtsdeurwaarder vereist zijn.

De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 29 januari 2026. Verzoekster kan binnen zes weken verzet aantekenen tegen deze beslissing.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over het schadeverzoek en verwijst verzoekster naar de burgerlijke rechter.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/5818

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 januari 2026 in de zaak tussen

[eiseres], uit [plaats], eiseres

en

de minister van Financiën

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het schadeverzoek van verzoekster in verband met een registratie in het systeem Fraude Signalering Voorziening (FSV).
1.1.
Omdat de bestuursrechter kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De bestuursrechter is onbevoegd om het verzoek te behandelen. Hierna wordt uitgelegd waarom de bestuursrechter onbevoegd is.
Voorgeschiedenis3. De gegevens van verzoekster stonden opgenomen in het FSV-systeem van de belastingdienst. Het gebruik van dit FSV-systeem voldeed echter niet aan de privacywet aan Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
3.1
Verzoekster heeft zich op 8 maart 2025 gemeld bij de belastingdienst en verzocht om schadevergoeding vanwege de FSV-registratie.
3.2
Met de brief van 24 april 2025 is aan verzoekster meegedeeld dat de voorlopige conclusie is dat haar verzoek om schadevergoeding niet wordt goedgekeurd. Verzoekster heeft beroep ingesteld.
3.3
Na vragen van de griffier heeft verzoekster een brief van 28 mei 2025 overgelegd van de minister van financiën. In die brief is aan verzoekster meegedeeld dat het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Tevens is meegedeeld dat geen bezwaar mogelijk is tegen de beoordeling van haar schadeverzoek. Als zij het niet eens is met de uitkomst kan zij naar de rechter stappen.
3.4
De rechtbank gaat ervan uit dat verzoekster aan de rechtbank vraagt om de minister te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding.
Is de bestuursrechter bevoegd een oordeel te geven?
4. Bij de vraag of de bestuursrechter bevoegd is om een oordeel te geven over het schadeverzoek van verzoekster, is van belang wat de gestelde schade-oorzaak is. Dit is namelijk bepalend bij de beantwoording van de vraag of een schadeverzoek kan worden ingediend bij de bestuursrechter. De rechtbank stelt vast dat verzoekster wil bereiken dat de minister aan haar een schadevergoeding betaalt vanwege de FSV-registratie.
4.1
De verwerking van persoonsgegevens is een feitelijke handeling. [1] Deze verwerking is daarom geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. De bestuursrechter kan daarom geen oordeel geven over de rechtmatigheid van mededelingen over de vergoeding van schade veroorzaakt door feitelijk handelen.
4.2
Dit betekent dat voor verzoekster niet de bestuursrechtelijke weg open staat. Uitsluitend de burgerlijke rechter is bevoegd het schadeverzoek van verzoekster te beoordelen. De bestuursrechter kan daarom het verzoek niet in behandeling nemen. Verzoekster zal zich hiervoor tot de burgerlijke rechter moeten wenden.
4.3
De meeste civiele procedures beginnen met een dagvaarding. Daarvoor moet verzoekster een gerechtsdeurwaarder inschakelen. De rechtbank heeft het verzoekschrift daarom niet doorgestuurd naar de burgerlijke rechter.
Conclusie en gevolgen
5. De rechtbank zal zich onbevoegd verklaren. Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is, is geen griffierecht verschuldigd. Het door verzoekster betaalde griffierecht zal aan haar worden terugbetaald.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 29 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als verzoekster het niet eens is met deze uitspraak, kan zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitlegt waarom zij het niet eens is met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als verzoekster graag een zitting wil om het verzetschrift toe te lichten, moet zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Zie ook de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 juli 2024, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder ECLI:NL:RVS:2024:2891