Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:5261

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
02-001332-26
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 33 SrArt. 33a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor bezit en voorbereidingshandelingen productie amfetamine met deels voorwaardelijke gevangenisstraf

Op 3 januari 2026 werd verdachte betrapt op het opzettelijk aanwezig hebben van circa 1880 gram amfetamine, 8,48 gram MDMA en 2 gram 2-MMC. Tevens werden in zijn schuur diverse chemicaliën en apparatuur aangetroffen die bestemd waren voor de productie van amfetamine. Verdachte gaf aanvankelijk weinig verklaring, maar stelde later dat de spullen grotendeels van een kennis waren en dat hij geen beschikkingsmacht had. De rechtbank verwierp dit scenario wegens gebrek aan geloofwaardigheid en bewijs.

De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de genoemde drugs en chemicaliën opzettelijk in bezit had en voorbereidingshandelingen voor de productie van amfetamine verrichtte. Medeplegen werd niet bewezen verklaard wegens onvoldoende bewijs. Verdachte had eerder soortgelijke veroordelingen, maar deze lagen meer dan vijf jaar terug en werden niet meegewogen.

De rechtbank nam het reclasseringsadvies mee, waarin werd gewezen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder schulden en een negatief sociaal netwerk, maar ook zijn motivatie tot gedragsverandering. Gezien de ernst van de feiten en de gevaren voor de volksgezondheid en de woonomgeving, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 12 maanden op, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en een proeftijd van 2 jaar.

De voorlopige hechtenis werd geschorst en het lopende toezicht door de reclassering wordt voortgezet. Daarnaast werden de vacuümmachine en weegschaal verbeurd verklaard en de drugs onttrokken aan het verkeer. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 17 juni 2026.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en een proeftijd van 2 jaar.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-001332-26
Vonnis van de meervoudige kamer van 17 juni 2026
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[woonadres] ,
raadsvrouw mr. K.C.A.M. Oomen, advocaat in Breda.

1.Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 3 juni 2026, waarbij de officier van justitie, mr. D. Colak, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering en als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op
3 januari 2026
feit 1:samen met een ander ongeveer 1.880 gram amfetamine, 8,48 gram MDMA en
2 gram 2-MMC heeft bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt,
vervoerd en/of vervaardigd, dan wel aanwezig heeft gehad;
feit 2:samen met een ander handelingen heeft verricht die zijn gericht op het voorbereiden
of bevorderen van de productie van amfetamine.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte beide ten laste gelegde feiten heeft begaan. Zij gaat er daarbij van uit dat verdachte de genoemde hoeveelheden amfetamine, MDMA en 2-MMC aanwezig heeft gehad (feit 1). Wel dient partiële vrijspraak te volgen voor het medeplegen van beide feiten, nu uit het dossier onvoldoende blijkt dat verdachte nauw en bewust met een ander heeft samengewerkt.
4.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank wat betreft het aanwezig hebben van de genoemde hoeveelheden amfetamine, MDMA en 2-MMC (feit 1). Wel verzoekt zij verdachte partieel vrij te spreken van het medeplegen, nu het dossier hiervoor onvoldoende bewijs bevat.
De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van feit 2. De in de schuur van verdachte aangetroffen spullen waren van een kennis van hem, die deze spullen een paar maanden eerder bij verdachte had neergezet. Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat verdachte beschikkingsmacht had over die spullen. Daarnaast betrof het oude rommel, die verspreid en (grotendeels) opgeborgen in kastjes in de schuur stonden, en al zeker geen in werking zijnde laboratoriumopstelling of productieplaats vormden. Er is dus geen sprake van concrete voorbereidingshandelingen. Verdachte dient daarom te worden vrijgesproken van feit 2.
4.3.
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1.
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
4.3.2.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Feit 1
Gelet op de eerdere bekennende verklaring van verdachte, die hij op de zitting heeft herhaald, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 3 januari 2026 ongeveer 1.880 gram amfetamine, 8,48 gram MDMA en 2 gram 2-MMC opzettelijk aanwezig heeft gehad. Wel zal de rechtbank verdachte partieel vrijspreken van het onderdeel medeplegen, nu het dossier daarvoor onvoldoende bewijs bevat.
Feit 2
Feiten en omstandigheden
Op 3 januari 2026 heeft de politie de woning en de daarbij behorende schuur van verdachte doorzocht. Daarbij zijn verschillende chemicaliën en goederen aangetroffen. In de schuur lagen onder meer flessen met vloeibare ontstopper, jerrycans met methanol, een zak met cafeïne, een maatbeker met zwavelzuur en een maatbeker met amfetamineresten. Ook lagen er een vacuümsealmachine, vacuüm kookzakken, vershoudzakken, een vervuilde weegschaal en diverse vervuilde plastic bakjes met deksels met de geur van amfetamine. Onder een partytent in de tuin stond een centrifuge met daarin een kussensloop met de geur van amfetamine. Op één van de stoelen in de tuin stond een emmer met daarin een plastic bakje, met daarin een garde, een lepel en een pollepel met resten van amfetaminepasta.
In de keuken van de woning van verdachte werd een telefoon met daarbij twee briefjes gevonden. Op die briefjes stonden aantallen, bedragen, gewichten en tijdsindicaties die (zeker in onderlinge samenhang) duiden op het vervaardigen van synthetische drugs. Daarnaast werd in de telefoon van verdachte een notitie met een lijst van grondstoffen, bedragen en/of hoeveelheden en een tweede notitie met een lijst van maandelijks betaalde bedragen aangetroffen.
Verklaring van verdachte
Verdachte heeft over dit feit in eerste instantie niet veel willen verklaren, maar heeft op de zitting wel een uitgebreide verklaring afgelegd. Hij heeft op zitting verklaard dat de aangetroffen spullen in de schuur (op de flessen met vloeibare ontstopper, de weegschaal en de vacuüm kookzakken na) van een kennis van hem waren. Die spullen hadden in een garagebox gestaan, die hij samen met die kennis had. Omdat die kennis gedetineerd zat en verdachte naar eigen zeggen in zijn eentje de garagebox niet kon opbrengen, heeft hij de de spullen in zijn schuur gezet. Hij heeft die spullen (grotendeels) opgeborgen in een kastje. Die kennis zou die spullen later komen ophalen, maar heeft dat niet gedaan. Verdachte heeft niets met de spullen gedaan. Hij wist dat ze verboden waren, maar hij kon ze (om die reden) ook niet afvoeren. Dan zou hij zelf in de problemen komen. Verdachte heeft de spullen daarom maar laten staan. Wel heeft hij een restantje amfetaminepasta weggegooid. De flessen met vloeibare ontstopper, de weegschaal en de vacuüm kookzakken komen vanuit zijn eenmanszaak, die failliet is verklaard. Hij heeft daar meerdere keren verstoppingen gehad. De twee briefjes die in zijn keuken waren aangetroffen, komen ook uit de garagebox. Verdachte heeft die briefjes apart bewaard, omdat hij bang was dat die anders weggegooid zouden worden. De notities in zijn telefoon zien op schulden van langer geleden. Hij hield bij welke bedragen hij nog moest afbetalen.
Verdachte heeft hiermee een alternatief scenario geschetst, dat erop neerkomt dat hij geen beschikkingsmacht had over de in zijn schuur aangetroffen spullen en ze ook niet heeft gebruikt. Over de vraag of dit scenario aannemelijk is en daarmee in de weg staat aan een bewezenverklaring overweegt de rechtbank als volgt. Vooropgesteld zij dat verdachte ervoor heeft gekozen om pas in een laat stadium met deze verklaring te komen. Dat doet naar het oordeel van de rechtbank afbreuk aan de geloofwaardigheid ervan. Dit geldt temeer nu verdachte geen enkele mogelijkheid heeft aangedragen om zijn verklaring te toetsen. Verdachte wilde van betrokkenen geen naam noemen en antwoordde ook vaker geen details te kunnen of willen benoemen.
Daarnaast bevat het dossier geen enkel aanknopingspunt voor het door verdachte geschetste scenario. Sterker nog, verdachte heeft op de dag van de doorzoeking tegen de politie gezegd dat hij in de schuur bezig was met speed. Ook zijn er de voornoemde notities die op zijn telefoon werden aangetroffen. De inhoud van die notities wijst op betrokkenheid van verdachte bij de productie van drugs. De rechtbank acht de door verdachte afgelegde verklaring dan ook niet geloofwaardig en schuift deze terzijde.
Verdachte wist bovendien dat de goederen en chemicaliën verboden waren. Hij kon ook over die goederen en chemicaliën beschikken. Deze lagen immers in zijn schuur. Verdachte had de goederen en chemicaliën daarmee voorhanden.
Opzet op voorbereidingshandelingen
Gelet op de aard en de combinatie van de goederen en chemicaliën in de schuur, de twee briefjes in de keuken en de in de telefoon van verdachte aangetroffen notities, concludeert de rechtbank dat verdachte goederen en chemicaliën voorhanden had die bestemd waren voor het vervaardigen en bewerken van synthetische drugs. De goederen en chemicaliën waren ook nog geschikt voor gebruik. Door deze goederen en chemicaliën voorhanden te hebben, terwijl hij wist waar deze voor waren of (kunnen) worden gebruikt, is het opzet van verdachte hierop ook gericht geweest.
Conclusie
Gelet op de bewijsmiddelen en hetgeen hiervoor is overwogen, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van voorbereidingshandelingen voor de productie van amfetamine. Wel zal de rechtbank verdachte partieel vrijspreken van het onderdeel medeplegen, nu het dossier daarvoor onvoldoende bewijs bevat.
4.4.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
1
op 3 januari 2026 te [woonplaats] opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1880 gram amfetamine, 8,48 gram MDMA en 2 gram 2-MMC, zijnde amfetamine, MDMA en
2-MMC, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
2
op 3 januari 2026 te [woonplaats] om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de
Opiumwet, voor te bereiden en te bevorderen, te weten
- het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren en/of
- het opzettelijk vervaardigen
van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, te weten amfetamineolie en/of amfetaminepasta,
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
- voorwerpen en stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door
- in een schuur (gelegen aan [woonadres] ) productieplaats, bestemd voor de bewerking/productie/vervaardiging van amfetamineolie en/of amfetaminepasta en
- ( in voornoemde schuur) hoeveelheden vloeibare ontstopper, zwavelzuur, methanol en cafeïne
en
- ( in voornoemde schuur) meerdere goederen zoals een vacuümsealmachine, vacuümsealzakken, maatbekers, een weegschaal, kookzakken
eneen emmer (met daarin een bakje, garde
eneen pollepel)
opzettelijk aanwezig te hebben.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6.De strafoplegging

6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van
20 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering in het rapport van 18 mei 2026.
6.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt bij het bepalen van (de hoogte van) de op te leggen straf rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals uitgebreid beschreven in het reclasseringsadvies van 18 mei 2026. Ook moet worden meegewogen dat verdachte volledig heeft meegewerkt aan het onderzoek, toestemming heeft gegeven voor de doorzoeking van zijn woning, schuur en auto en vrijwillig de inlogcodes van zijn telefoons en laptops heeft afgestaan. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal grote gevolgen hebben voor verdachte en zijn gezin. Als zijn inkomen wegvalt, zal de partner van verdachte de huur niet kunnen betalen. Bovendien kan verdachte dan niet meer toetreden tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Verzocht wordt daarom te volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest. Indien de rechtbank van oordeel is dat daarmee niet kan worden volstaan, wordt verzocht om daarnaast nog een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen en daaraan de bijzondere voorwaarden te verbinden zoals geadviseerd door de reclassering. Mocht de rechtbank ook dat onvoldoende achten, dan kan aan verdachte nog een taakstraf worden opgelegd.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank
De aard en ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van amfetamine, MDMA en 2-MMC en voorbereidingshandelingen voor de productie of bewerking van amfetamine. Hij heeft in de schuur achter de woning waar hij met zijn partner en kinderen woonde, midden in een woonwijk, diverse chemicaliën bewaard om daarmee harddrugs zoals amfetamine te bereiden en te bewerken.
Harddrugs leveren een ernstig gevaar op voor de volksgezondheid, omdat ze sterk verslavend zijn en kunnen zorgen voor ernstige lichamelijk en psychische klachten bij de gebruikers daarvan. De productie en verkoop van harddrugs gaat dikwijls gepaard met ernstige vormen van georganiseerde criminaliteit, waarbij het gebruik van geweld niet wordt geschuwd. Bovendien bekostigen gebruikers hun drugsgebruik vaak door diefstal of ander crimineel gedrag, waardoor schade en overlast wordt toegebracht aan anderen. Daarnaast brengt de opslag van een grote hoeveelheid chemicaliën in een woonwijk grote gevaren met zich, waaronder brandgevaar, ontploffingsgevaar en het gevaar voor het vrijkomen van giftige stoffen. Na gebruik worden de (rest)stoffen veelal gedumpt in de natuur of weggespoeld in het riool, die daaronder ernstig te lijden heeft.
De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij zijn partner, zijn kinderen en zijn buurtbewoners aan deze gevaren heeft blootgesteld. Verdachte heeft hier geen oog voor gehad en zich alleen laten leiden door zijn eigen financiële belangen.
De persoonlijke omstandigheden van verdachte
Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij eerder – in 2016 - is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Nu dit langer dan vijf jaren geleden is, zal de rechtbank daar bij de bepaling van de straf geen rekening mee houden.
Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 18 mei 2026. Hieruit blijkt dat verdachte ten tijde van de feiten geen dagbesteding had, over een matig inkomen beschikte en met forse schulden kampte. Ook was er sprake van een negatief sociaal netwerk en een mogelijk pro criminele houding. Verdachte doet inmiddels vrijwilligerswerk. Hij brengt dementerende ouderen naar hun dagbesteding en brengt hen ook weer thuis. Ook ontvangt hij weer een arbeidsongeschiktheidsuitkering en krijgt hij hulp bij het regelen van zijn financiën. Zodra deze zaak is afgedaan zal er een schuldsaneringstraject met hem worden opgestart. Er is nog altijd geen zicht op het sociale netwerk van verdachte. Uit politie-informatie zou blijken dat verdachte en zijn gezin een half jaar geleden zouden zijn bedreigd. Gelet op de proceshouding van verdachte kan de reclassering het recidiverisico niet inschatten. De reclassering vindt het wel wenselijk dat het reclasseringstoezicht, dat bij de schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte is opgelegd, wordt voortgezet. Om die reden adviseert de reclassering een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden: een meldplicht bij de reclassering, een gedragsinterventie cognitieve vaardigheden, de verplichting mee te werken aan het vinden en behouden van dagbesteding en de verplichting mee te werken aan het aflossen van de schulden en het treffen van afbetalingsregelingen.
De op te leggen straf
Gelet op de aard en ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan, kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een gevangenisstraf. Bij het bepalen van de hoogte van die straf heeft de rechtbank gekeken naar de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) en naar straffen die zijn opgelegd in vergelijkbare zaken. De LOVS-oriëntatiepunten gaan alleen al voor het bezit van 1.880 gram amfetamine uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 7 maanden.
De rechtbank acht het in het belang van verdachte en de samenleving dat het lopende toezicht door de reclassering wordt voortgezet. Ter zitting is gebleken dat verdachte gemotiveerd is om zijn leven anders vorm te geven en dat hij bereid is zich aan alle bijzondere voorwaarden te houden. De rechtbank neemt daarom het advies over om aan verdachte een deels voorwaardelijke straf op te leggen, zodat de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd kunnen worden opgelegd.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 12 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar passend en geboden is. Hiermee zal verdachte een stok achter de deur hebben om te voorkomen dat hij (nogmaals) strafbare feiten pleegt. De rechtbank zal aan het voorwaardelijk strafdeel ook de bijzondere voorwaarden verbinden zoals door de reclassering geadviseerd.
Voorlopige hechtenis
De voorlopige hechtenis van verdachte is geschorst. Nu hij zich aan de voorwaarden van die schorsing gehouden heeft, ziet de rechtbank geen reden de schorsing op te heffen.

7.Het beslag

7.1.
De verbeurdverklaring
De in beslag genomen vacuümmachine en weegschaal worden verbeurd verklaard. Deze voorwerpen behoren aan verdachte toe en de bewezen feiten zijn met behulp van deze voorwerpen begaan.
7.2.
De onttrekking aan het verkeer
De in beslag genomen verdovende middelen worden onttrokken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet.

8.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10, 10a en 13a van de Opiumwet zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9.Beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1:opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet
gegeven verbod, meermalen gepleegd;
feit 2:om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te
bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben,
waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot
een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;
- bepaalt dat
de tijddie verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak
in voorarrestheeft doorgebracht
in minderingwordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt als
bijzondere voorwaarden:
* dat verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn;
* dat verdachte binnen de proeftijd deelneemt aan de gedragsinterventie CoVa/Solo van de reclassering of aan een andere gedragstraining die gericht is op cognitieve vaardigheden, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de training nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer;
* dat verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van betaald of onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
* dat verdachte meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelinen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;
* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;
* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
Beslag
- verklaart verbeurd de volgende voorwerpen:
* 1 STK vacuümmachine (omschrijving: PL2000-2026001924-G2947791);
* 1 STK weegschaal (omschrijving: PL2000-2026001924-G2947800);
- verklaart aan het verkeer onttrokken het volgende voorwerp:
* 1.872 gram XTC (omschrijving: PL2000-2026001924-G2947838).
Dit vonnis is gewezen door mr. P.K.J. van der Wal, voorzitter, en mr. C.H.W.M. Sterk en mr. A.L. Hoekstra, rechters, in tegenwoordigheid van S.D.M. Bos, griffier, en is
uitgesproken ter openbare zitting op 17 juni 2026.
De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De gewijzigde tenlastelegging
1
hij op of omstreeks 3 januari 2026 te [woonplaats] ,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of
verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of
vervaardigd
in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,
ongeveer
1880 gram amfetamine en/of
totaal 8,48 gram MDMA en/of
2 gram 2-MMC
in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende amfetamine en/of MDMA en/of 2-MMC zijnde amfetamine
en/of MDMA en/of 2-MMC een middel als bedoeld in de bij de
Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid
van artikel 3a van die wet
(art 10 lid 4 Opiumwet Pro, art 2 ahf Pro/ond B C D Opiumwet, artikel 47 lid Pro 1
ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
2
hij op of omstreeks 3 januari 2026 te [woonplaats] ,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de
Opiumwet,
voor te bereiden en/of te bevorderen,
te weten
- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen,
afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of
- het opzettelijk vervaardigen
van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan
wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, te
weten amfetamine(olie) en/of amfetamine pasta,
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen
plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te
zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te
verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het
plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- een of meer voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of
andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte
en/of zijn/haar mededaders, wist(en) of ernstige reden had(den)
om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door:
- in een schuur (gelegen op/aan [woonadres] ) een in werking zijnde
laboratoriumopstelling/productieplaats, bestemd voor de
bewerking/productie/vervaardiging van amfetamine(olie) en/of
amfetaminepasta en/of
- ( in voornoemde schuur) meerdere (grote) hoeveelheden vloeibare
ontstopper, zwavelzuur, methanol en/of cafeïne, althans
chemicaliën/grondstoffen bestemd voor de productie/vervaardiging van
amfetamine(olie) en/of amfetaminepasta
- ( in voornoemde schuur) meerdere goederen zoals een
vacuümsealmachine, vacuümsealzakken, maatbekers, een weegschaal,
kookzakken, een emmer (met daarin een bakje, garde een pollepel)
opzettelijk aanwezig te hebben;
(art 10a lid 1 ahf/sub 1 Opiumwet, art 10a lid 1 ahf/sub 2 Opiumwet, art 10a lid 1 ahf/sub 3 Opiumwet, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van
Strafrecht)