Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:5264

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
25/6070 KINDER
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenvergoeding toegekend na intrekking beroep tegen niet tijdig besluit Dienst Toeslagen

Verzoekster had beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar tegen een beschikking van de Dienst Toeslagen. Nadat de Dienst Toeslagen alsnog een besluit nam, trok verzoekster haar beroep in. De rechtbank beoordeelde het verzoek om proceskostenvergoeding dat verzoekster bij intrekking had ingediend.

De Dienst Toeslagen erkende dat verzoekster recht had op een proceskostenvergoeding. De rechtbank oordeelde dat de Dienst Toeslagen aan verzoekster was tegemoetgekomen door alsnog een besluit te nemen, waardoor het beroep kon worden ingetrokken. Op grond hiervan wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding toe.

De vergoeding werd vastgesteld op € 467,-, gebaseerd op het indienen van het beroepschrift en een factor 0,5 vanwege het lichte gewicht van de zaak. Daarnaast wees de rechtbank erop dat de Dienst Toeslagen verplicht is het griffierecht van € 53,- te vergoeden. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 18 juni 2026.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Dienst Toeslagen tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van het beroep wegens alsnog genomen besluit.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/6070 KINDER

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juni 2026 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. N. Kose-Albayrak),
en

de Dienst Toeslagen.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van de Dienst Toeslagen in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar tegen de beschikking eerste toets van 15 mei 2024. Zij heeft het beroep ingetrokken omdat de Dienst Toeslagen op 25 augustus 2025 alsnog een besluit heeft genomen.
1.1.
De rechtbank heeft de Dienst Toeslagen in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De Dienst Toeslagen heeft de rechtbank meegedeeld dat verzoekster recht heeft op een proceskostenvergoeding.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is de Dienst Toeslagen aan verzoekster tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of de Dienst Toeslagen geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 16 juli 2025 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar van 12 februari 2025. De Dienst Toeslagen heeft op 25 augustus 2025 alsnog een beslissing op bezwaar genomen. Hiermee is de Dienst Toeslagen tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster.
Welk bedrag aan proceskosten moet de Dienst Toeslagen aan verzoekster vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. De Dienst Toeslagen moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 467,- omdat de gemachtigde van verzoekster een beroepschrift heeft ingediend. Omdat de zaak een licht gewicht heeft, is op de waarde een factor van 0,5 toegepast. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat de Dienst Toeslagen verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden. [3] Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot de Dienst Toeslagen wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de Dienst Toeslagen tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 18 juni 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.