Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:5266

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
BRE 25/5366 KINDER
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenvergoeding toegekend na intrekking herhaald beroep tegen niet tijdige beslissing Dienst Toeslagen

Verzoekster had een herhaald beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op haar bezwaren van 21 februari 2023. Dit beroep werd op 15 oktober 2025 ingediend. De Dienst Toeslagen heeft op 19 november 2025 alsnog een beslissing op bezwaar genomen, waardoor verzoekster haar beroep introk.

De rechtbank heeft vervolgens het verzoek van verzoekster beoordeeld om de Dienst Toeslagen te veroordelen tot betaling van proceskosten. De Dienst Toeslagen erkende dat verzoekster recht had op een proceskostenvergoeding.

De rechtbank oordeelde dat de Dienst Toeslagen geheel aan verzoekster was tegemoetgekomen door alsnog een beslissing te nemen, en wees het verzoek om proceskostenveroordeling toe. De vergoeding werd vastgesteld op € 467,-, waarbij een factor 0,5 werd toegepast vanwege het lichte gewicht van de zaak. Daarnaast wees de rechtbank erop dat de Dienst Toeslagen ook het griffierecht van € 53,- aan verzoekster moet vergoeden.

De uitspraak werd gedaan door rechter A.G.J.M. de Weert op 18 juni 2026 en zonder zitting openbaar gemaakt. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Dienst Toeslagen tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van haar herhaald beroep.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/5366 KINDER

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juni 2026 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. I.M. van den Heuvel),
en

de Dienst Toeslagen.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van de Dienst Toeslagen in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar herhaald beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op haar bezwaren van 21 februari 2023. Zij heeft het beroep ingetrokken omdat de Dienst Toeslagen op 19 november 2025 alsnog een beslissing op bezwaar genomen heeft.
1.1.
De rechtbank heeft de Dienst Toeslagen in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De Dienst Toeslagen heeft de rechtbank meegedeeld dat verzoekster recht heeft op een proceskostenvergoeding.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is de Dienst Toeslagen aan verzoekster tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of de Dienst Toeslagen geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 15 oktober 2025 heeft verzoekster herhaald beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op haar bezwaren van 21 februari 2023. De Dienst Toeslagen heeft op 19 november 2025 alsnog een beslissing op bezwaar genomen. Hiermee is de Dienst Toeslagen tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster.
Welk bedrag aan proceskosten moet de Dienst Toeslagen aan verzoekster vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. De Dienst Toeslagen moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 467,- omdat de gemachtigde van verzoekster een beroepschrift heeft ingediend. Omdat de zaak een licht gewicht heeft, is op de waarde een factor van 0,5 toegepast. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat de Dienst Toeslagen verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden. [3] Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot de Dienst Toeslagen wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de Dienst Toeslagen tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 18 juni 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.