Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juni 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
de staatssecretaris), verweerder.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 8 januari 2026, waarbij het bezwaar tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) ongegrond werd verklaard.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat eiser het griffierecht van € 200,- niet heeft betaald binnen de gestelde termijn, ondanks meerdere aanmaningen, waaronder een aangetekende brief. Eiser heeft geen verontschuldiging gegeven voor het niet betalen van het griffierecht.
Daarom wordt het beroep niet inhoudelijk behandeld en blijft het bestreden besluit in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.J.M. de Weert en griffier T. Kalsbeek op 18 juni 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht zonder verontschuldiging.