ECLI:NL:RBZWB:2026:5321
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM wegens te hoge aanslag en toekenning immateriële schadevergoeding
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM van € 5.357 opgelegd door de inspecteur, die een hogere aanslag baseerde op een hertaxatie door DRZ. De rechtbank oordeelt dat de aanslag terecht is, maar te hoog, en stelt de verschuldigde BPM vast op € 27.948 minus reeds betaalde € 24.294, waardoor de naheffingsaanslag wordt verminderd tot € 3.654.
Belanghebbende voerde aan dat de taxatiemethode toegepast moest worden vanwege meer dan normale gebruiksschade, maar de rechtbank vond dit niet aannemelijk op basis van het taxatierapport en foto’s. De koerslijstmethode van XRay werd wel gevolgd, ondanks een CO2-uitstootverschil van 17 gr/km, omdat dit verschil onvoldoende was om de lijst buiten beschouwing te laten.
Verder werd de historische nieuwprijs vastgesteld op € 152.321 conform het arrest van de Hoge Raad. De rechtbank kende belanghebbende een immateriële schadevergoeding van € 1.500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarvan € 100 voor rekening van de inspecteur en € 1.400 voor rekening van de Staat.
De rechtbank veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van € 3.200. De uitspraak is gedaan door rechter S.J. Willems-Ruesink en griffier M.J. van Balkom op 17 juni 2026.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot € 3.654 en belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding van € 1.500 toegekend.