ECLI:NL:RBZWB:2026:5348
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding toegekend na intrekking beroep tegen niet tijdig besluit UWV
Verzoekster B.V. heeft op 23 september 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door het UWV op haar aanvraag van 20 december 2023 voor een herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een werknemer. Op 7 mei 2026 heeft het UWV alsnog een beslissing genomen, waarna verzoekster haar beroep introk onder de voorwaarde van een proceskostenvergoeding.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling. Het UWV erkende dat verzoekster recht heeft op vergoeding. De rechtbank oordeelt dat het UWV aan verzoekster is tegemoetgekomen door alsnog te beslissen, waardoor het verzoek om proceskostenvergoeding toewijsbaar is.
De proceskostenvergoeding wordt vastgesteld op € 467,-, bestaande uit kosten voor het indienen van het beroepschrift en de procedure over de overschrijding van de beslistermijn. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het griffierecht van € 385,- door het UWV moet worden vergoed, waarvoor verzoekster zich rechtstreeks tot het UWV moet wenden.
De uitspraak is gedaan door rechter A.G.J.M. de Weert op 18 juni 2026 en zonder zitting openbaar gemaakt. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van het beroep wegens alsnog genomen besluit.