ECLI:NL:RBZWB:2026:5352
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling UWV na intrekking beroep wegens late beslissing herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door het UWV op haar aanvraag tot herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een werkneemster. Dit beroep werd ingetrokken nadat het UWV alsnog op 1 december 2025 een beslissing nam, waarmee het UWV aan het beroep tegemoetkwam.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling. Het UWV stelde dat het beroep onredelijk laat was ingediend, maar de rechtbank oordeelde dat het geregistreerde telefonische contact op 16 juli 2025 voldoende was om het beroep niet als onredelijk laat te beschouwen.
De rechtbank wees het verzoek om proceskostenveroordeling toe en veroordeelde het UWV tot betaling van € 467,- aan proceskosten. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 385,- te vergoeden.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoekster wegens het alsnog nemen van een beslissing na overschrijding van de beslistermijn.