ECLI:NL:RBZWB:2026:5353

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
BRE 25/4960
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep tegen UWV

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van het UWV op haar aanvraag om een herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een werknemer. Dit beroep is later ingetrokken omdat het UWV alsnog op de aanvraag heeft beslist.

De rechtbank heeft het verzoek van verzoekster beoordeeld om het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten die zijn gemaakt in verband met het beroep. Het UWV stelde zich op het standpunt dat het beroep onnodig was omdat het al eerder had beslist.

De rechtbank oordeelt dat het UWV op 2 augustus 2024 al een besluit had genomen op de aanvraag van 14 december 2023, ruim vóór het instellen van het beroep op 23 september 2025. Hierdoor is geen sprake van tegemoetkomen door het UWV aan het beroep van verzoekster.

Op grond hiervan wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af en doet zij zonder zitting uitspraak. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het UWV al voor het beroep op de aanvraag had beslist.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/4960

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juni 2026 in de zaak tussen

[verzoekster] B.V., uit [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(het UWV).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het UWV op haar aanvraag om een herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van werknemer [werknemer] . Zij heeft het beroep ingetrokken omdat het UWV op de aanvraag heeft beslist.
1.1.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het UWV is van mening niet gehouden te zijn tot vergoeding van de proceskosten omdat het beroep onnodig zou zijn ingediend.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is het UWV aan verzoekster tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het UWV geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 23 september 2025 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag om een herbeoordeling van 14 december 2023. Het UWV heeft voor het instellen van dit beroep, namelijk op 2 augustus 2024, al op deze aanvraag beslist. Hierdoor is geen sprake van tegemoetkomen door het UWV aan het beroep van verzoekster. De rechtbank wijst het verzoek daarom als kennelijk ongegrond af.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 18 juni 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).