Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:5355

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 juni 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
BRE 25/865
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens besluit UWV Wet WIA

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het UWV op haar bezwaar tegen een Wet WIA-uitkeringsbesluit van 5 december 2024. Nadat het UWV op 25 maart 2026 alsnog een besluit nam, trok verzoekster haar beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.

De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren en oordeelt dat het UWV aan verzoekster is tegemoetgekomen door alsnog een besluit te nemen. Op grond daarvan wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenveroordeling toe.

De vergoeding wordt vastgesteld op € 467,-, gebaseerd op het ingediende beroepschrift en een wegingsfactor van 0,5 vanwege het lichte gewicht van de zaak. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het griffierecht van € 397,- door het UWV aan verzoekster moet worden vergoed.

De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 19 juni 2026 door rechter A.G.J.M. de Weert. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van het beroep wegens het alsnog nemen van een besluit.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 26/865

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 juni 2026 in de zaak tussen

[verzoekster] B.V., uit [plaats] verzoekster

(gemachtigde: mr. A.M. Wuisman),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(het UWV).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het UWV op haar bezwaar tegen het besluit van 5 december 2024 waarbij een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) is toegekend. Zij heeft het beroep ingetrokken omdat het UWV op 25 maart 2026 alsnog een besluit heeft genomen.
1.1.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het UWV heeft de rechtbank meegedeeld een veroordeling van de proceskosten tot een bedrag met wegingsfactor 0,5 overeenkomstig het Besluit proceskosten bestuursrecht redelijk te achten.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]

Is het UWV aan verzoekster tegemoetgekomen?

4. De rechtbank moet dus beoordelen of het UWV geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 29 januari 2026 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar. Het UWV heeft op 25 maart 2026 alsnog een besluit genomen. Hiermee is het UWV tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster.
Welk bedrag aan proceskosten moet het UWV aan verzoekster vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 467,- omdat de gemachtigde van verzoekster een beroepschrift heeft ingediend. Omdat de zaak een licht gewicht heeft, is op de waarde een factor van 0,5 toegepast. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat het UWV verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 397,- te vergoeden. [3] Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot het UWV wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 19 juni 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.