ECLI:NL:RBZWB:2026:54
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding in bestuursrechtelijke procedure na intrekking beroep tegen WOZ-beschikking
In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 9 januari 2026, wordt het verzoek van de belanghebbende om een proceskostenvergoeding beoordeeld. De belanghebbende had eerder beroep aangetekend tegen de WOZ-beschikking 2023, maar trok dit beroep in nadat de heffingsambtenaar van de gemeente Drimmelen het besluit had herzien. De rechtbank heeft de heffingsambtenaar in de gelegenheid gesteld om te reageren op het verzoek om proceskostenvergoeding. De heffingsambtenaar heeft aangegeven akkoord te gaan met de vergoeding van de gemaakte proceskosten en het griffierecht.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding toe, aangezien de heffingsambtenaar geen bezwaar heeft gemaakt. De rechtbank berekent de proceskostenvergoeding op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De belanghebbende heeft recht op een vergoeding van € 1496,56 voor de bezwaarprocedure en € 233,50 voor de beroepsprocedure, wat in totaal neerkomt op € 1730,06. Daarnaast is de heffingsambtenaar verplicht om het door de belanghebbende betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden.
De uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, en is openbaar gemaakt op www.rechtspraak.nl. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid om verzet aan te tekenen tegen deze uitspraak binnen zes weken na bekendmaking.