ECLI:NL:RBZWB:2026:541

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
30 januari 2026
Publicatiedatum
30 januari 2026
Zaaknummer
BRE 25/515
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:36c AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken bestreden besluit en Nederlandse vertaling beroepschrift

Belanghebbende heeft op 26 januari 2025 digitaal een beroepschrift ingediend in de Poolse taal zonder een Nederlandse vertaling en zonder een kopie van het bestreden besluit bij te voegen. De rechtbank heeft belanghebbende hierop meerdere malen verzocht deze verzuimen binnen gestelde termijnen te herstellen, maar hierop is niet gereageerd.

Het beroepschrift vermeldde onvoldoende informatie om te kunnen vaststellen tegen welk besluit het beroep was gericht, zoals het belastingjaar of het soort belastingaanslag. Hierdoor was het voor de rechtbank niet duidelijk waar het beroep op zag.

Op grond van artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren indien de verzuimen niet tijdig worden hersteld. De rechtbank oordeelt dat in deze zaak geen verontschuldiging is gegeven voor de verzuimen en verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk.

De rechtbank beoordeelt het beroep niet inhoudelijk, waardoor het bestreden besluit in stand blijft. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A.H.W. Steijn en griffier R.P.A.G. Dekkers op 30 januari 2026.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een kopie van het bestreden besluit en een Nederlandse vertaling van het beroepschrift.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/515

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 januari 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] (Polen), belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende dat belanghebbende op 26 januari 2025 digitaal heeft ingediend.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat belanghebbende geen kopie van het beroepschrift in de Nederlandse taal heeft ingediend en geen kopie van het bestreden besluit heeft bijgevoegd en deze verzuimen niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet bij zijn beroepschrift zo mogelijk een kopie van het bestreden besluit bijvoegen. [1] Dit geldt ook voor het overleggen van een Nederlandse vertaling bij een beroepschrift dat is ingediend in een vreemde taal. [2] Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren. [3] Het beroep is wel ontvankelijk als uit het beroepschrift in voldoende mate blijkt welk bestuursorgaan als verweerder in de zaak moet worden betrokken en tegen welk besluit het beroep is gericht. [4]
Heeft belanghebbende tijdig gereageerd op de brieven inzake het herstellen van de verzuimen van de rechtbank?
4. Belanghebbende heeft een beroepschrift ingediend in de Poolse taal zonder een vertaling te overleggen. Daarnaast heeft belanghebbende geen kopie van het bestreden besluit bijgevoegd. De rechtbank heeft belanghebbende in haar bericht van 4 februari 2025 verzocht om binnen vier weken een adres, een kopie van het bestreden besluit en een Nederlandse vertaling van het beroepschrift in te dienen. Belanghebbende heeft op dit bericht niet gereageerd. Vervolgens heeft de griffier bij bericht van 7 maart 2025 verzocht om binnen twee weken de verzuimen te herstellen.
5. De berichten van 4 februari 2025 en 7 maart 2025 zijn in het digitale dossier geplaatst. Van de plaatsing van de berichten in het digitale dossier is op dezelfde datum een notificatie aan de gemachtigde van belanghebbende verzonden naar het door hem voor dit doel opgegeven e-mailadres. [5] Daarom neemt de rechtbank aan dat belanghebbende deze berichten op 4 februari 2025 en 7 maart 2025 heeft ontvangen. Belanghebbende heeft binnen die termijn geen kopie van het bestreden besluit aan de rechtbank gestuurd. Daarnaast heeft belanghebbende ook geen vertaling gestuurd van zijn beroepschrift. In de onderhavige situatie is een vertaling noodzakelijk voor een goede behandeling van de zaak.
Is voldoende duidelijk waar het beroep op ziet?
6. Belanghebbende heeft in zijn beroepschrift niet vermeld om welke belastingaanslag of voor bezwaar vatbare beschikking het gaat, om welk belastingjaar of om welk belastingmiddel. De rechtbank kan daarom uit het beroepschrift niet afleiden tegen welk besluit het beroep is gericht.
Is het niet tijdig insturen van de verzuimen verontschuldigbaar?
7. Belanghebbende heeft geen reden gegeven voor de verzuimen. Er is dus geen verontschuldiging voor de verzuimen gebleken.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 30 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 6:5, tweede lid, van de Awb.
2.Dit staat in artikel 6:5, derde lid, van de Awb.
3.Dit staat in artikel 6:6 van Pro de Awb.
4.Hoge Raad 29 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:974.
5.Gelet op artikel 8:36c, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).