ECLI:NL:RBZWB:2026:5578
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenvergoeding na intrekking beroep parkeerbelasting
Belanghebbende had beroep ingesteld tegen een besluit van de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg waarin bezwaar ongegrond werd verklaard tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting. Na het instellen van het beroep vernietigde de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag, waarna belanghebbende het beroep introk en verzocht om een proceskostenvergoeding.
De rechtbank heeft de heffingsambtenaar in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek, maar deze heeft niet gereageerd. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar aan belanghebbende is tegemoetgekomen door de naheffingsaanslag te vernietigen, waardoor toewijzing van de proceskostenvergoeding passend is.
De vergoeding is berekend op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij rekening is gehouden met de lichte wegingsfactor voor parkeerbelastingzaken. Belanghebbende krijgt een vergoeding van € 800,-, bestaande uit kosten voor rechtsbijstand en de bezwaarfase. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat de heffingsambtenaar verplicht is het griffierecht van € 54,- te vergoeden.
De uitspraak is gedaan door rechter S.J. Willems-Ruesink en griffier R.P.A.G. Dekkers op 26 juni 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 800,- aan proceskosten aan belanghebbende.