ECLI:NL:RBZWB:2026:5581
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-beschikking 2025 niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-beschikking 2025 van een onroerend goed in een Nederlandse gemeente. De rechtbank beoordeelt dit beroep zonder zitting omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van de noodzakelijke beroepsgronden.
De rechtbank legt uit dat het instellen van beroep vereist dat de gronden van het beroep in het beroepschrift worden vermeld, zodat duidelijk is op welke punten men het niet eens is met het bestreden besluit. Belanghebbende heeft deze gronden niet vermeld en heeft ook na twee verzoeken van de rechtbank om dit te herstellen, geen gronden ingediend.
Omdat belanghebbende geen verontschuldiging voor dit verzuim heeft gegeven, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft en de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-beschikking 2025 wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.