Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het hinderlijk parkeren van een voertuig op de Beverweg te Breda op 8 oktober 2021. Betrokkene stelde dat een huurder verantwoordelijk was voor het verkeerd parkeren en beriep zich op artikel 8 Wahv Pro, maar dit werd verworpen omdat de huurovereenkomst op het moment van de overtreding was geëindigd.
De kantonrechter stelde vast dat de gedraging vaststaat op basis van foto’s en de verklaring van de verbalisant. De boete is terecht opgelegd aan betrokkene als kentekenhouder. Wel is de redelijke termijn van berechting overschreden, waardoor de boete gematigd wordt met 50%.
Daarnaast is betrokkene een proceskostenvergoeding van € 934 toegekend voor de kosten van het beroep bij de kantonrechter. De beslissing van de officier van justitie wordt gewijzigd en het teveel betaalde bedrag aan zekerheid wordt terugbetaald. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete is met 50% gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.