Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het niet afsluiten en in stand houden van een vereiste verzekering voor een motorrijtuig, geconstateerd op 22 december 2023. Betrokkene stelde dat de gedraging niet had plaatsgevonden omdat het voertuig op eigen terrein stond en geschorst was, en dat de hoorplicht was geschonden. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat uit de RDW-gegevens voldoende blijkt dat de gedraging heeft plaatsgevonden en dat het de verantwoordelijkheid van betrokkene is om tijdig actie te ondernemen. De stelling dat de hoorplicht was geschonden werd verworpen, mede gelet op de rechtspraak dat het CVOM een planning mag hanteren waarbij gemachtigden iedere tien minuten bereikbaar moeten zijn.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Tevens werd betrokkene een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van het beroep bij de kantonrechter. De officier van justitie werd opgedragen het te veel betaalde bedrag terug te betalen.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete is met 25% gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.