Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het fietsen op 20 november 2023 in Breda. Betrokkene en zijn gemachtigde voerden aan dat het voorwerp in de hand geen mobiel apparaat was, maar konden dit niet voldoende onderbouwen.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt en dat er geen reden is om aan deze verklaring te twijfelen. De boete is daarom terecht opgelegd.
Wel is de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak overschreden, waardoor de boete met 25% wordt gematigd. Daarnaast wordt betrokkene een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van het beroep bij de kantonrechter.
De officier van justitie wordt opgedragen het te veel betaalde bedrag terug te betalen. De beslissing van de officier van justitie wordt gewijzigd in overeenstemming met deze matiging.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete wordt met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.