ECLI:NL:RBZWB:2026:5874
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag BPM en overschrijding redelijke termijn zonder immateriële schadevergoeding
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag BPM van €7.045 en belastingrente van €23, opgelegd door de inspecteur. De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of de aanslag terecht is opgelegd.
De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag terecht is vastgesteld op basis van de forfaitaire afschrijvingstabel, omdat het taxatierapport van belanghebbende niet voldoet aan de wettelijke voorwaarden. Het taxatierapport gebruikte een koerslijst van een ander automodel met wezenlijk andere technische kenmerken en bevatte waardeverminderingen die niet door feiten werden ondersteund. Ook ontbrak een kopie van de inkoopfactuur bij de aangifte, terwijl de auto voor een veel hoger bedrag was ingekocht.
Verder is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de afhandeling van het bezwaar met ongeveer 14 maanden is overschreden. De rechtbank wijst een immateriële schadevergoeding af en volstaat met de constatering van de termijnoverschrijding, mede vanwege het beperkte financiële belang en het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om vergoeding van immateriële schade en proceskosten wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard en er wordt geen immateriële schadevergoeding toegekend ondanks overschrijding van de redelijke termijn.