ECLI:NL:RBZWB:2026:5875
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM en toekenning immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM van €5.235 en belastingrente van €19 opgelegd door de inspecteur. De rechtbank heeft het beroep behandeld en de zaak geschorst om aanvullende stukken te ontvangen, waarna de zaak schriftelijk is afgedaan.
De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd, maar dat het bedrag te hoog is vastgesteld. Belanghebbende had een auto geregistreerd waarvoor een taxatierapport was overgelegd, maar de rechtbank acht de taxatiemethode niet toepasbaar wegens onvoldoende bewijs van meer dan normale gebruiksschade. De koerslijstmethode wordt toegepast met de koerslijst XRay (geen rental), omdat het huurverleden niet aannemelijk is gemaakt.
De rechtbank stelt de historische nieuwprijs vast op €139.608 en de handelsinkoopwaarde op €69.443, wat leidt tot een verschuldigde BPM van €21.692. Na verrekening van reeds betaalde BPM wordt de naheffingsaanslag verminderd tot €4.830. Daarnaast kent de rechtbank een immateriële schadevergoeding van €1.500 toe wegens een overschrijding van de redelijke termijn van circa 14 maanden. De inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot €4.830 en belanghebbende ontvangt een immateriële schadevergoeding van €1.500 wegens termijnoverschrijding.