Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 juli 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
Dienst Toeslagen.
Samenvatting
Voorgeschiedenis
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
4.1 Hangende beroep heeft de Dienst Toeslagen met de brief van 12 januari 2026 de motivering van het bestreden besluit aangevuld.
De Dienst Toeslagen stelt dat de stopbrief van 12 maart 2020 en de daaruit volgende nihilbeschikking van 3 april 2020 dateren van na 23 oktober 2019 (de peildatum voor de compensatieregeling) maar er wel een rechtstreeks verband is tussen de verzoeken om informatie die hebben plaatsgevonden voor 23 oktober 2019 en de nihilstelling daarna. De Dienst Toeslagen heeft daarom alsnog beoordeeld of er sprake was van vooringenomenheid of hardheid bij de stopzetting/nihilstelling van de toeslag. De Dienst Toeslagen is van mening dat hiervan geen sprake was. De stopzetting/nihilstelling heeft plaatsgevonden omdat eiser niet heeft gereageerd op verzoeken om informatie, terwijl hij daarvoor wel voldoende gelegenheid is geboden. Nadat eiser de jaaropgave heeft verstrekt, is alsnog de toeslag juist vastgesteld. De (afwikkeling van de) bezwaarprocedure kan niet worden meegenomen bij de beoordeling of er recht op compensatie bestaat omdat die na 23 oktober 2019 heeft plaatsgevonden en er geen rechtstreeks verband bestaat met de beslissingen en handelingen voor die datum die hebben geleid tot de nihilstelling.
- er is schade geleden doordat er voor 23 oktober 2019 bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid.
- Er is sprake van onbillijkheden van overwegende aard die voortkomen uit de hardheid van de toepassing die voor 23 oktober 2019 werd gegeven aan het wettelijke systeem.
- Versie A/B en causaliteitsanalyse
- Term ‘contra info’ in het TVS-overzicht
- Geen controleerbare vastlegging in de viewer.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- bepaalt dat de Dienst Toeslagen het griffierecht van € 53,- aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt de Dienst Toeslagen in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 934,-.