ECLI:NL:RBZWB:2026:6110

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
8 juli 2026
Zaaknummer
C/02/450010 HA RK 265-132 (E)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Rechters
  • Breeman
  • van de Sande
  • Van Alphen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 1 Wrakingsprotocol rechtbank Zeeland-West-BrabantArt. 4, tweede lid, sub d Wrakingsprotocol rechtbank Zeeland-West-Brabant
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wrakingsverzoek rechter voorzieningenrechter kennelijk niet-ontvankelijk verklaard

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. Ponds, de voorzieningenrechter in zaak BRE 26/2794, op 30 juni 2026. De wrakingskamer beoordeelde of het verzoek tijdig was ingediend, zoals vereist op grond van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en het wrakingsprotocol van de rechtbank.

De rechter had echter al op 16 juni 2026 een einduitspraak gedaan in de betreffende zaak, waardoor op het moment van het wrakingsverzoek de rechter geen zaak meer behandelde. Dit betekent dat het wrakingsverzoek niet tijdig was ingediend en daarom kennelijk niet-ontvankelijk is.

De wrakingskamer besloot daarom zonder mondelinge behandeling het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open. De beslissing werd genomen door de wrakingskamer bestaande uit mr. Breeman (voorzitter), mr. van de Sande en mr. Van Alphen, in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de einduitspraak is ingediend.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Wrakingskamer
Locatie: Breda
Procedurenummer: C/02/450010 HA RK 265-132
beslissing van 7 juli 2026 op het wrakingsverzoek zoals bedoeld in artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht van
[verzoeker], verzoeker.

1.Procesverloop

1.1
Het verloop van deze procedure blijkt onder meer uit:
 het wrakingsverzoek van verzoeker, ontvangen per post door de wrakingskamer op 30 juni 2026,
 de reactie van verzoeker via e-mail op het verzoek van de wrakingskamer om aan te geven op welke zaak en welke rechter het verzoek betrekking heeft,
 het bericht van de gewraakte rechter aan de wrakingskamer waarin staat dat hij niet in de wraking berust.

2.Het verzoek

2.1
Het verzoek strekt tot wraking van mr. Ponds (hierna te noemen: de rechter) in zijn hoedanigheid van voorzieningenrechter in de zaak met nummer BRE 26/2794.

3.De beoordeling

3.1
Op grond van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.2
Voordat tot inhoudelijke behandeling van het verzoek kan worden overgegaan, dient te worden beoordeeld of het wrakingsverzoek tijdig is gedaan. Het wrakingsverzoek moet namelijk zijn ingediend vóórdat de behandeling van de zaak door het wijzen van een einduitspraak is geëindigd. Dit betekent dat als een rechter met het doen van de einduitspraak is begonnen, er geen wrakingsverzoek meer kan worden ingediend.
De wrakingskamer wijst in dit verband op artikel 1, vijfde lid, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank, dat luidt:
“Het wrakingsverzoek moet worden gedaan zodra de in lid 4 bedoelde feiten of omstandigheden aan verzoeker bekend zijn geworden en voordat in de hoofdzaak een aanvang is gemaakt met het doen van de einduitspraak.”
3.3
In dit geval heeft de rechter op 16 juni 2026 einduitspraak gedaan op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak met nummer BRE 26/2794 (ECLI:NL:RBZWB:2026:5262). De rechter behandelde ten tijde van de indiening van het wrakingsverzoek (op 30 juni 2026) dan ook geen zaak meer van verzoeker. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
3.4
Omdat sprake is van kennelijke niet-ontvankelijkheid laat de wrakingskamer een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, tweede lid, sub d, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, ga naar: rechtbank Zeeland-West-Brabant, regels en procedures, wrakingsprotocol).
Beslissing
De wrakingskamer:
 verklaart het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is genomen op 7 juli 2026 door mr. Breeman, rechter en voorzitter, en mr. van de Sande en mr. Van Alphen, rechters, in aanwezigheid van mr. Hamans, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd om deze
beslissing mede te ondertekenen.
voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.