ECLI:NL:RBZWB:2026:6152

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
BRE 25/4871 WLZ
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 AwbArt. 6:22 AwbArt. 7:12 AwbArt. 3.2.1 Wlz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing Wlz-aanvraag wegens ontbreken blijvende noodzaak 24-uurs zorg bevestigd

Eiseres, lijdend aan een Functionele Neurologische Stoornis (FNS), diende op 9 oktober 2024 een aanvraag in bij het CIZ voor een persoonsgebonden budget (pgb) voor zorg thuis op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ wees de aanvraag af omdat geen blijvende noodzaak voor 24-uurs zorg kon worden vastgesteld. Eiseres maakte bezwaar en leverde aanvullende medische informatie, waaronder verklaringen van een emeritus-hoogleraar neurologie en haar huisarts. Het bezwaar werd ongegrond verklaard.

In het daaropvolgende beroep stelde eiseres dat het CIZ onvoldoende rekening hield met haar blijvende en ernstige zorgbehoefte en dat het toetsingskader te strikt was. Het CIZ verwees naar medische adviezen waarin werd geconcludeerd dat er geen medische noodzaak is voor permanent toezicht of 24-uurs zorg in de nabijheid, en dat de zorgbehoefte adequaat kan worden gecompenseerd met planbare zorg vanuit de Wmo of Zvw.

De rechtbank constateerde een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek in het bestreden besluit, omdat het CIZ in eerste instantie niet had onderzocht of er behoefte was aan permanent toezicht (stap 3 van het beleidskader). Dit gebrek werd echter gepasseerd op grond van artikel 6:22 van Pro de Awb, omdat het CIZ dit in beroep had hersteld en het besluit inhoudelijk juist was. De rechtbank oordeelde dat de medische adviezen zorgvuldig waren en dat de door eiseres overgelegde informatie onvoldoende specifiek was om het oordeel van het CIZ te weerleggen.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, bevestigde de afwijzing van de Wlz-aanvraag en veroordeelde het CIZ tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van eiseres.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Wlz-aanvraag blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/4871 WLZ

uitspraak van de meervoudige kamer van 7 juli 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. B. Çiçek),
en

CIZ

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing door het CIZ van de aanvraag van eiseres om zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Eiseres is het niet eens met deze afwijzing en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand hiervan beoordeelt de rechtbank of het CIZ op goede gronden bij de afwijzing is gebleven.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat aan het bestreden besluit van 13 augustus 2025 een gebrek kleeft, maar dat dit gebrek in beroep is hersteld. De afwijzing van de aanvraag blijft daarom in stand. Eiseres krijgt inhoudelijk dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
De wettelijke regels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.

Procesverloop

Primaire fase
2. Eiseres lijdt aan een Functionele Neurologische Stoornis (FNS). Zij heeft op 9 oktober 2024 een Wlz-aanvraag ingediend bij het CIZ voor het verkrijgen van een persoonsgebonden budget (pgb) voor zorg thuis. Eiseres heeft bij haar aanvraag medische informatie van behandelaren gevoegd.
2.1.
Op 27 november 2024 heeft een arts indicatie en advies een medisch advies uitgebracht aan het CIZ. Dat advies houdt in dat de grondslagen somatische aandoening of beperking en lichamelijke handicap niet van toepassing zijn en er geen stabiele eindsituatie is, waardoor niet vaststaat dat de huidige zorgbehoefte blijvend is.
2.2.
Vervolgens heeft het CIZ met een besluit van 29 november 2024 (primair besluit) de aanvraag van eiseres afgewezen, door te besluiten dat zij geen recht heeft op zorg uit de Wlz, omdat op dat moment geen blijvende noodzaak tot 24-uurs zorg is vast te stellen.
Bezwaarfase
2.3.
Eiseres was het niet eens met het primaire besluit. Zij heeft daartegen bezwaar gemaakt en medische informatie overgelegd, waaronder een e-mail van dr. [persoon] (emeritus-hoogleraar neurologie en bestuurslid van stichting FNS).
2.4.
Op 28 mei 2025 en 15 juli 2025 heeft een tweede medisch adviseur van het CIZ advies uitgebracht. Volgens dat advies kan de zorgbehoefte nog steeds niet als blijvend worden gezien. De e-mail van dr. [persoon] geeft de medisch adviseur geen aanleiding tot het aanpassen van het advies.
2.5.
Na een hoorzitting heeft het CIZ eiseres een conceptbeslissing toegezonden, waarin haar is medegedeeld dat het CIZ niet tegemoetkomt aan haar bezwaar en dat het CIZ de beslissing eerst nog voorlegt aan Zorginstituut Nederland ter advisering.
2.6.
Het Zorginstituut heeft aan het CIZ laten weten geen standpunt in te gaan nemen over de conceptbeslissing.
2.7.
Het CIZ heeft hierna met het bestreden besluit van 13 augustus 2025 het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Het CIZ is dus bij het primaire besluit gebleven.
Beroepsfase
2.8.
Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en heeft daartegen beroep ingesteld. Eiseres heeft onder meer een nadere verklaring van dr. [persoon] van 2 april 2026 en filmpjes van FNS-aanvallen bij eiseres overgelegd aan de rechtbank
2.9.
Het CIZ heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift en aanvullende informatie, waaronder een advies van 30 januari 2026 van een derde medisch adviseur. Die heeft ook in een aanvullend medisch advies van 24 april 2026 gereageerd op de verklaring van dr. [persoon]
2.10.
De rechtbank heeft het beroep op 28 mei 2026 in Breda op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mr. G. Demir (kantoorgenoot van de gemachtigde van eiseres) en namens het CIZ mr. L. Bruijs.

Standpunten van partijen

3. Eiseres heeft in beroep haar bezwaargronden herhaald. Zij stelt dat het bestreden besluit feitelijk onjuist is en in strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel, nu onvoldoende gewicht is toegekend aan de verklaringen van dr. [persoon] en de [huisarts] , er voldoende bewijs aanwezig is om haar blijvende zorgbehoefte te staven en het CIZ een te strikt toetsingskader hanteert. Er is sprake van een chronische aandoening met een blijvende en ernstige zorgbehoefte, wat is bevestigd door [persoon] . Eiseres heeft allerlei behandeltrajecten geprobeerd of onderzocht, zonder noemenswaardig resultaat. De frequentie en de zwaarte van de aanvallen maken dat eiseres permanent zorgafhankelijk is, wat is bevestigd door [persoon] en [huisarts] . Verder voldoet eiseres aan de voorwaarde van ernstig nadeel, want zonder permanente aanwezigheid van een zorgverlener of mantelzorger loopt zij ernstig nadeel op, zoals bewusteloos raken, vallen, zichzelf verwonden of door kramp in de mond of keel in ademnood komen.
3.1.
Het CIZ heeft in beroep verwezen naar de adviezen van de medisch adviseur van
30 januari 2026 en 24 april 2026 en vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB). Conform stap 1 en 2 van de Beleidsregels indicatiestelling Wlz 2025 (Beleidsregels) is de zorgsituatie van eiseres in kaart gebracht en is de grondslag somatiek gesteld. Vervolgens is onderzocht of permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid noodzakelijk is (stap 3). De medisch adviseur heeft geconcludeerd dat hiervoor geen medische noodzaak is en dat eiseres de noodzakelijke zorg/begeleiding adequaat kan compenseren met planbare zorg op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en/of de Zorgverzekeringswet (Zvw), waardoor in beginsel niet wordt toegekomen aan het vaststellen van de blijvendheid (stap 4). Ten overvloede heeft de medisch adviseur overwogen dat bij een Wlz-beoordeling niet van belang is of een bepaalde aandoening of beperking chronisch/blijvend is, maar of iemand blijvend is aangewezen op 24 uur per dag zorg in de nabijheid. Anders dan eiseres stelt, volgt uit informatie van behandelend psychologen en neurologen dat eiseres niet is uitbehandeld. Bovendien is het CIZ op grond van vaste rechtspraak bevoegd om te beoordelen of iemand in aanmerking komt voor een Wlz-indicatie, conform de KNMG-richtlijn mogen specialisten/behandelaren dat niet. De mate van levenslange zorgbehoefte en de medische noodzaak voor levenslange 24-uurs zorg in nabijheid ter voorkoming van ernstig nadeel kunnen niet worden vastgesteld.

Beoordeling door de rechtbank

Omvang van het geschil
4. Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres leidt aan FNS, dat de Wlz-grondslag hier somatiek is (stap 2 van het afwegingskader in de Beleidsregels) en dat aan de criteria van artikel 3.2.1 van de Wlz moet worden getoetst. Partijen zijn wel verdeeld over de vraag of er een noodzaak bestaat voor permanent toezicht of 24-uurs zorg in de nabijheid ter voorkoming van ernstig nadeel (stap 3). Ook zijn partijen verdeeld over de vervolgvraag daarop: of die zorgbehoefte blijvend is (stap 4).
Het medisch onderzoek van het CIZ
5. De afwijzing van de aanvraag is in het bestreden besluit gebaseerd op het ontbreken van een blijvende zorgbehoefte. Zoals de CRvB heeft overwogen [1] , is de blijvendheid van de behoefte aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid – zoals bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, van de Wlz en paragraaf 2.1.4 van de Beleidsregels – gekoppeld aan de vraag of behoefte bestaat aan deze zorg, en kan deze hier niet los van worden gezien. Alleen als een behandeling ertoe zou leiden dat deze zorg niet meer nodig is, kan de aanvraag op grond van dit criterium worden afgewezen. Dit betekent dat eerst moet worden onderzocht of de betrokkene behoefte heeft aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid (stap 3) en – als deze behoefte volgens het CIZ aanwezig is – of er nog behandelingen zijn die de betrokkene kan volgen en of deze behandelingen leiden tot de situatie dat hij niet langer behoefte heeft aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid (stap 4).
5.1.
De rechtbank overweegt dat pas in beroep een medisch adviseur van het CIZ zich heeft uitgelaten over de zorgbehoefte. In het bestreden besluit heeft het CIZ inhoudelijk niets opgenomen over stap 3 van het stappenplan, maar is uitsluitend op basis van blijvendheid van de zorgbehoefte (stap 4) geconcludeerd dat eiseres niet voldeed aan de Wlz-criteria. Uit de medische adviezen in de primaire fase en in de bezwaarfase blijkt niet dat de medisch adviseurs van het CIZ hebben onderzocht óf eiseres behoefte heeft aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid. In het medisch advies in beroep van 30 januari 2026 heeft de medisch adviseur zich voor het eerst uitgelaten over stap 3. Dit betekent dat het medisch advies onvolledig is geweest.
5.2.
Hieruit volgt dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig is voorbereid en niet berust op een deugdelijke motivering. Het bestreden besluit is dan ook in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Awb.
Bestaat er een noodzaak voor permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid (stap 3)?
6. Dit gebrek heeft het CIZ in beroep echter hersteld met de medische adviezen van 30 januari 2026 en 24 april 2026. Daarin heeft de medisch adviseur toegelicht dat uit de informatie van behandelaars blijkt van een vermoeden van psychiatrische of verstandelijke problematiek en dat is geadviseerd om daar onderzoek naar te laten doen. Dit onderzoek heeft nog niet plaatsgevonden. Er is geen medische noodzaak voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid. Er is geen noodzaak voor (medisch) handelen bij een aanval en geen verhoogd risico op ernstige gezondheidsschade bij afwezigheid van hulp door derden. Het is invoelbaar dat de ouders eiseres willen helpen met comfort, maar medisch noodzakelijk is het niet. Het is aan eiseres om te zorgen voor een veilige en comfortabele woonomgeving met laag risico op letsel bij verkrampingen. De zorgbehoefte van eiseres is adequaat te compenseren met planbare zorg vanuit de Wmo of de Zvw. Over de informatie van de huisarts overweegt de medisch adviseur dat niet de behandelend sector maar het CIZ een uitspraak dient te doen over de noodzakelijke hoeveelheid zorg.
6.1.
Ter zitting heeft het CIZ het standpunt over planbare zorg toegelicht door te stellen dat eiseres bij een aanval geen acute zorg nodig heeft. Met ‘planbaar’ wordt bedoeld dat de zorg ondersteuning biedt bij dagelijkse taken, bijvoorbeeld bij pijn door verkrampingen. Eiseres wordt geacht indien nodig zorg op te kunnen roepen zodra ze uit een aanval is, wat de zorg ook planbaar maakt. Het CIZ erkent dat eiseres bij momenten zoals douchen zorg nodig heeft, maar stelt dat dit bij uitstek planbare zorg betreft en dat bij deze planbare zorg geen risico op ernstig nadeel bestaat.
6.2.
Het CIZ mag zich bij het nemen van besluiten baseren op medische adviezen, als deze zorgvuldig tot stand zijn gekomen, inzichtelijk en volledig zijn. Vervolgens ligt het op de weg van eiseres om medische stukken te overleggen die aan het medisch advies doen twijfelen.
6.3.
Naar het oordeel van de rechtbank is er (uiteindelijk) voldoende zorgvuldig onderzoek gedaan door de medisch adviseurs van het CIZ. De rechtbank ziet in de door eiseres overgelegde verklaringen van dr. [persoon] en de huisarts geen reden om te twijfelen aan de conclusie van de medisch adviseur dat er geen noodzaak is voor permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid. Daarbij acht de rechtbank van belang dat de door eiseres overgelegde informatie van dr. [persoon] onvoldoende specifiek is over waarom in de concrete situatie van eiseres permanent toezicht dan wel 24 uur per dag zorg in de nabijheid noodzakelijk is. Verder is het standpunt van de huisarts over het risico op verstikken gemotiveerd weersproken door de behandelend neuroloog [2] , een specialist op neurologisch gebied.
6.4.
Hieruit volgt dat het CIZ de aanvraag van eiseres mocht afwijzen wegens het ontbreken van een noodzaak voor permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid.
6.5.
De rechtbank overweegt dat, als het onder 5.3 genoemde gebrek zich niet zou hebben voorgedaan, het CIZ een besluit met gelijke uitkomst zou hebben genomen en de Wlz-aanvraag van eiseres dus hoe dan ook zou zijn afgewezen. De rechtbank zal het gebrek daarom met toepassing van artikel 6:22 van Pro de Awb passeren. Aannemelijk is dat eiseres daardoor niet is benadeeld.
Is de zorgbehoefte blijvend (stap 4)?
7. Ten overvloede overweegt de rechtbank over stap 4 nog dat niet in geschil is dat de ziekte van eiseres blijvend is. Uit medische informatie van behandelaars en de adviezen van de medisch adviseurs van CIZ volgt echter dat aanvullende behandeling met therapietrouw vanuit eiseres mogelijk tot vermindering van klachten kan leiden en zodoende tot afname van zorg- en begeleidingsbehoefte. Ondanks dat eiseres stelt dat een behandeling volgen voor haar niet mogelijk is en niet tot verbetering van haar situatie zal leiden, kan die conclusie op basis van de beschikbare medische informatie op dit moment niet worden getrokken. De rechtbank acht het onvoldoende aannemelijk dat het voor eiseres niet mogelijk is om de door behandelaars voorgestelde behandelingen te volgen.

Conclusie en gevolgen

8. Uit overweging 4 tot en met 6.5 volgt dat het beroep van eiseres niet slaagt. Hoewel de rechtbank een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek in het bestreden besluit heeft geconstateerd, wordt dit gebrek gepasseerd met toepassing van artikel 6:22 van Pro de Awb. Dit betekent dat het beroep ongegrond wordt verklaard en het bestreden besluit (en dus ook de afwijzing van de aanvraag) in stand blijft.
8.1.
Het geconstateerde gebrek in het bestreden besluit brengt mee dat de rechtbank het CIZ veroordeelt in de proceskosten van eiseres. De proceskostenvergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde wordt een vast bedrag per proceshandeling vergoed. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend en aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. Van overige voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is de rechtbank niet gebleken. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.868,-. Ook moet het CIZ het in beroep betaalde griffierecht aan eiseres vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • veroordeelt het CIZ in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.868,-;
  • bepaalt dat het CIZ aan eiseres het betaalde griffierecht van € 53,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van
mr.A.M. Pasmans, griffier, en uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2026.
De griffier is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wetgeving

Wet langdurige zorg (Wlz)
Artikel 3.2.1
1. Een verzekerde heeft recht op zorg die op zijn behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden is afgestemd voor zover hij naar aard, inhoud en omvang en uit een oogpunt van doelmatige zorgverlening redelijkerwijs op die zorg is aangewezen omdat hij, vanwege een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking, een psychische stoornis of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, een blijvende behoefte heeft aan:
permanent toezicht ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel voor de verzekerde, of
24 uur per dag zorg in de nabijheid, omdat hij zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen en hij, om ernstig nadeel voor hem zelf te voorkomen,
1°. door fysieke problemen voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg nodig heeft, of
2°. door zware regieproblemen voortdurend begeleiding of overname van taken nodig heeft.
2. In het eerste lid wordt verstaan onder:
blijvend: van niet voorbijgaande aard;
permanent toezicht: onafgebroken toezicht en actieve observatie gedurende het gehele etmaal, waardoor tijdig kan worden ingegrepen;
ernstig nadeel voor de verzekerde: een situatie waarin de verzekerde:
1°. zich maatschappelijk te gronde richt of dreigt te richten;
2°. zichzelf in ernstige mate verwaarloost of dreigt te verwaarlozen;
3°. ernstig lichamelijk letsel oploopt of dreigt op te lopen dan wel zichzelf ernstig lichamelijk letsel toebrengt of dreigt toe te brengen;
4°. ernstig in zijn ontwikkeling wordt geschaad of dreigt te worden geschaad of dat zijn veiligheid ernstig wordt bedreigd, al dan niet doordat hij onder de invloed van een ander raakt;
zelfzorg: de uitvoering van algemene dagelijkse levensverrichtingen waaronder de persoonlijke verzorging en hygiëne en, zo nodig, de verpleegkundige zorg;
regieproblemen: beperkingen in het vermogen om een adequaat oordeel te vormen over dagelijks voorkomende situaties op het gebied van sociale redzaamheid, probleemgedrag, psychisch functioneren of geheugen en oriëntatie.
3. t/m 6. […]
Beleidsregels indicatiestelling Wet langdurige zorg 2025
2.1.1 Stap 1: De aanvraag
[…]
2.1.2 Stap 2: In kaart brengen van de zorgsituatie
[…]
2.1.3 Stap 3: Vaststellen ‘permanent toezicht’ of ’24 uur per dag zorg in de nabijheid’
We stellen vast of de persoon vanwege de in stap 2 vastgestelde ziekte(n), aandoening(en), stoornissen en/of beperking(en) is aangewezen op:
permanent toezicht om escalatie of ernstig nadeel te voorkomen, of
24 uur per dag zorg in de nabijheid omdat hij zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen en hij, om ernstig nadeel voor hem zelf te voorkomen,
door fysieke problemen voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg nodig heeft, of
door zware regieproblemen voortdurend begeleiding of overname van taken nodig heeft.
Het ‘ernstig nadeel’ leggen we vast. (zie Hoofdstuk 1 definities).
Ad a
Permanent toezicht is: het hele etmaal onafgebroken toezicht en actieve observatie om dreigende ontsporing in het gedrag of de gezondheid te signaleren. Hierdoor kan altijd tijdig worden ingegrepen, waarmee escalaties van onveilige, gevaarlijke of (levens)bedreigende situaties op het gebied van de gezondheid en/of het gedrag voorkomen worden. Bij mensen die behoefte hebben aan permanent toezicht kan dus elk moment iets (ernstig) mis gaan.
Ad b.1
Het gaat hier om:
  • Mensen met fysieke problemen vanwege een somatische ziekte of lichamelijke handicap;
  • die niet altijd op relevante momenten hulp kunnen vragen of niet altijd erkennen dat ze behoefte hebben aan zorg, vanwege fysieke problemen en de gevolgen daarvan voor het psychisch functioneren (bijvoorbeeld vanwege vermoeidheid, vertraagd denken, verminderde alertheid en concentratie); en
  • bij wie dan het wachten op de zorgverlener bij ongeplande zorgmomenten mogelijk ernstig nadeel zal opleveren gezien de medische situatie/prognose. Het nadeel kan niet voorkomen worden door inzet van zorg op geplande momenten of op afroep. Er kan bijvoorbeeld risico zijn op complicaties, zoals verwaarlozing of het oplopen van lichamelijk letsel ten gevolge van bedlegerigheid, een slechte voedingstoestand of tekorten in de zelfzorg.
Ad b.2
Het gaat hier om:
  • Mensen die niet goed kunnen beoordelen wat ze moeten doen of laten in verschillende dagelijkse situaties;
  • waardoor voortdurend begeleiding of overname van taken nodig is om ernstig nadeel voor henzelf te voorkomen.
De persoon heeft problemen op het gebied van sociale redzaamheid, gedrag, psychisch functioneren of geheugen en oriëntatie. Men kan de consequenties van eigen handelen niet overzien. Door stoornissen in de realiteitszin, in het gedrag of het gevoelsleven of door cognitieve stoornissen dan wel een combinatie hiervan, is begeleiding en toezicht nodig op meerdere momenten van de dag. De zorgverlener moet de persoon op (onverwachte) momenten helpen om een oordeel te vormen over essentiële zaken in het dagelijkse leven. Zonder die hulp kan ernstig nadeel ontstaan omdat de persoon onvoldoende regie en regelvermogen heeft.
2.1.4 Stap 4: Vaststellen of de zorgbehoefte blijvend is
In deze stap stellen we vast of de behoefte aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid zoals is vastgesteld in stap 3 blijvend is. Daarvoor onderzoeken we of de persoon vanwege zijn ziekte, aandoening, stoornissen en beperkingen blijvend (levenslang) is aangewezen op permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid. Er is geen toegang tot de Wlz als er mogelijkheden zijn voor zodanige (functionele) verbetering of (gedeeltelijk) herstel – bijvoorbeeld vanwege behandeling van de ziekte, aandoening, stoornissen en/of beperkingen – dat (nog) niet kan worden vastgesteld of de behoefte aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid blijvend is. Onderbouwing van de blijvendheid kan worden gevonden in de levensloop (onder meer school en werk), de behandelgeschiedenis (welke interventies zijn al gedaan met welk resultaat) en de prognose door een ter zake kundige (is de verwachting dat het functioneren van de persoon nog zodanig kan verbeteren dat hij zelf op relevante momenten hulp kan inroepen om ernstig nadeel te voorkomen). Bij kinderen kijken we niet alleen naar de eventuele mogelijkheden van (functionele) verbetering of herstel, maar ook naar de ontwikkelingsmogelijkheden. Een kind krijgt pas toegang tot de Wlz als we kunnen vaststellen dat het, ondanks deze ontwikkeling, ook in de toekomst zal zijn aangewezen op 24 uur per dag zorg in de nabijheid of permanent toezicht.
2.1.5 Stap 5: Uitzonderingen op de toegangscriteria
[…]
2.1.6 Stap 6: Vaststellen van het recht op Wlz-zorg
[…]

Voetnoten

1.Zie de uitspraken van 29 november 2023 (ECLI:NL:CRVB:2023:2251) en 4 september 2025 (ECLI:NL:CRVB:2025:1324).
2.Brief van 7 april 2023.