Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
“a. Voorstel voor de invulling van:
I. Het takenpakket van afdelingshoofden
II. Het takenpakket van coördinatoren
III. Het takenpakket van strategisch adviseurs (inclusief hun positie)
IV. Overlegstructuur MT
Waarbij er nadrukkelijk aandacht is voor betere externe oriëntatie en
vertegenwoordiging, bestuurlijke sensitiviteit (de structuurkant daarvan), eenduidige
sturing en meer ruimte voor strategie- en visievorming. Ook is er aandacht voor het
verminderen van de administratieve last bij afdelingshoofden.
b. Evenwichtige verdeling organisatie eenheden / afdelingen.”
In het reflectiegesprek dat we op 14 mei 2025 hebben gevoerd onder leiding van Rijnconsult, heeft het college de reflectie meegekregen dat het aan ons als bestuurders is om aan te geven wat we graag zouden willen. Hoe dat gebeurt is aan de [functie 1] / [functie 2] . Om deze reflectie direct toe te passen heb ik getracht om in deze brief nogmaals aan te geven welke wensen het bestuur heeft. (…)
In deze brief geven jullie aan op basis van het voorgenomen besluit over de organisatie-inrichting nog steeds zorgen te hebben over goede externe oriëntatie van de organisatie, uniforme werkwijze/aansturing van projecten en complexe vraagstukken, waarborging van de politiek-bestuurlijke sensitiviteit van de organisatie en goede ondersteuning daarin aan het college.Inmiddels heb ik, na de reactie van de OR, mijn voorgenomen besluit omgezet in een definitief besluit. Met dit besluit denk ik dat wij serieuze stappen zetten in het verbeteren van de aandachtspunten die jullie in de brief benoemen.”
Zoals ik dinsdag in het college heb aangegeven zijn we als wethouders teleurgesteld in jouw reactie op onze brief van eind mei. In het besluit over de invulling van de nieuwe organisatie heb je aangegeven dat je de door ons gemiste bestuurlijke advisering wilt oplossen met hulpstructuren buitenom de nieuwe organisatiestructuur. In jouw brief lezen we daar echter onvoldoende over terug. Dat is de reden dat we hebben aangegeven dat we ons als bestuurders zouden gaan beraden.
Het college heeft de [functie 1] / [functie 2] met ingang van vandaag geschorst. Na een intensieve periode, waarin een onoverbrugbaar verschil van inzicht is ontstaan tussen de [functie 1] en de leden van het college, heeft het college het vertrouwen in de heer [verweerder] als [functie 1] opgezegd.
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
De organisatie is platter geworden en werkt nu met een éénhoofdige directie. Hierin heeft hij duidelijk zijn positie neergezet. [verweerder] is een constante factor in de organisatie en het college. Dit wordt gewaardeerd. Daarnaast is het belangrijk jezelf op een proactieve manier blijvend te monitoren en uit te dagen in de werkzaamheden. Dit geven wij dan ook mee als aandachtspunt.”