ECLI:NL:CRVB:2016:1549
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag op grond van impasse met toekenning na-wettelijke uitkering en compensatie
Appellant was sinds 1999 werkzaam bij de gemeente Vianen en viel in mei 2010 uit met psychische klachten na een negatieve beoordeling. Ondanks intrekking van deze beoordeling en medisch advies tot re-integratie, weigerde het college het verzoek van appellant om binnen de gemeente te re-integreren. Na een arbeidsdeskundig onderzoek en externe begeleiding hervatte appellant gedeeltelijk zijn werkzaamheden in 2013.
De begeleiding verliep moeizaam door communicatieproblemen en een vertrouwensbreuk met de aangewezen coach, wat leidde tot een impasse tussen appellant en het college. Het college verleende ontslag op grond van artikel 8:8 CAR Pro/UWO en kende een werkloosheidsuitkering en aanvullende uitkering toe, maar weigerde een na-wettelijke uitkering en compensatie. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat beide partijen evenredig aandeel hadden in de impasse.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt anders en stelt dat het college een overwegend aandeel (51-65%) had in het ontstaan en voortbestaan van de impasse. Daarom had appellant recht op een na-wettelijke uitkering en een compensatie volgens de vaste rechtspraak. De Raad vernietigt het bestreden besluit en herroept het ontslagbesluit voor zover het weigert deze vergoedingen toe te kennen. Tevens veroordeelt de Raad het college in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het college moet appellant een na-wettelijke uitkering en compensatie toekennen wegens overwegend aandeel in de impasse.