ECLI:NL:RBZWB:2026:6243
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking Alcoholwet- en exploitatievergunning op grond van Wet Bibob
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit van de burgemeester van Tilburg om de Alcoholwet- en exploitatievergunning van verzoeker per direct in te trekken op grond van de Wet Bibob.
De burgemeester had eerder een tijdelijke sluiting van zes maanden opgelegd aan het café van verzoeker, welke rechtmatig werd geacht na ongegrond verklaard beroep. Het intrekkingsbesluit was gebaseerd op een Bibob-advies waarin ernstig gevaar werd gesignaleerd dat de vergunningen gebruikt zouden worden voor strafbare feiten, met name medeplichtigheid aan het voortzetten van een verboden organisatie.
De voorzieningenrechter constateerde dat sinds een inval in januari 2025 geen nieuwe feiten waren voorgevallen die het Bibob-advies onderbouwen. Gezien de geringe risico’s tot aan de inhoudelijke behandeling en de grote financiële en reputatieschade voor verzoeker, werd de intrekking geschorst tot na de uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter benadrukte dat deze tussenuitspraak geen bindende werking heeft voor de inhoudelijke beoordeling van het verzoek, die tot een ander oordeel kan leiden.
Uitkomst: De intrekking van de vergunningen wordt geschorst tot na de uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening.