Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de rolbeslissing van 19 november 2025
2.De feiten
1. De schade van de heer [eisende partij] stellen we in deze overeenkomst vast op €112.500,00 (honderdtwaalfduizendvijfhonderd euro). Hierbij gaat het om schade die de heer
3.Het geschil
4.De beoordeling
“schade die de heer [eisende partij] door het ongeval kreeg of in de toekomst nog krijgt.Gelet op voormelde feiten en omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat [eisende partij] de overeenkomst van opdracht als consument heeft overeengekomen, zodat moet worden getoetst of het kostenbeding valt onder de richtlijn 93/13/EEG (‘de Richtlijn’) en, zo ja, of dat het beding oneerlijk is.
‘Het is onethisch en onaanvaardbaar indien een belangenbehartiger dubbel zou declareren, door bijvoorbeeld aan de benadeelde een percentage van de schadevergoeding in rekening te brengen en tegelijkertijd een honorarium te factureren aan de verzekeraar.”Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat het beding het evenwicht tussen de rechten en verplichtingen tussen handelaar en consument ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort, waarop [eisende partij] als consument niet bedacht hoefde te zijn. Het kostenbeding ter zake het incassotarief moet worden aangemerkt als een oneerlijk beding.