ECLI:NL:RBZWB:2026:6340

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
10 juli 2026
Publicatiedatum
13 juli 2026
Zaaknummer
BRE 25/3604
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 7:1 AwbArt. 8:1 AwbArt. 8:72 AwbArt. 13b Opiumwet
Verwijzingen
12 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart bezwaar tegen weigering coffeeshoplocatie ontvankelijk en vernietigt besluit burgemeester

Eiseres, Fytoca B.V., maakte bezwaar tegen een brief van de burgemeester van Tilburg waarin werd aangegeven dat een beoogde locatie voor een nieuwe coffeeshop niet langer in aanmerking kwam voor een exploitatievergunning. De burgemeester had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat hij de brief niet als een besluit in de zin van de Awb beschouwde.

De rechtbank oordeelt dat de brief wel een besluit is omdat deze een publiekrechtelijke rechtshandeling bevat die gericht is op rechtsgevolg, namelijk de feitelijke weigering van een exploitatievergunningaanvraag. De brief is gebaseerd op het Coffeeshopbeleid Tilburg 2020 en de burgemeester is op grond van de Gemeentewet belast met toezicht op voor publiek openstaande gebouwen, waaronder coffeeshops.

De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de burgemeester op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij ex tunc getoetst moet worden aan het beleid. Tevens moet de burgemeester het griffierecht en proceskosten aan eiseres vergoeden. De rechtbank beperkt zich tot de ontvankelijkheid van het bezwaar en gaat niet in op de inhoudelijke gronden.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het bezwaar ontvankelijk, vernietigt het bestreden besluit en draagt de burgemeester op een nieuw besluit te nemen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/3604

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juli 2026 in de zaak tussen

Fytoca B.V., uit Eindhoven, eiseres

(gemachtigde: mr. G.J.S. Pannekoek),
en

De burgemeester van de gemeente Tilburg, de burgemeester.

Samenvatting

1. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak het beroep van eiseres tegen de beslissing op bezwaar van 10 juni 2025, waarbij de burgemeester het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk heeft verklaard.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de burgemeester het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. De brief van 30 januari 2024, waartegen eiseres bezwaar heeft gemaakt, is namelijk naar het oordeel van de rechtbank aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Eiseres krijgt gelijk en het beroep is dus gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. De burgemeester is op 1 december 2022 een procedure gestart voor de vestiging van twee nieuwe coffeeshops in Tilburg. Deze procedure staat beschreven in paragraaf 6 van het Coffeeshopbeleid Tilburg 2020, gewijzigd in oktober 2022 (de Beleidsregels).
2.1.
In navolging daarvan en conform de procedure heeft eiseres op 15 januari 2023 zijn belangstelling voor de vestiging van een nieuwe coffeeshop in Tilburg kenbaar gemaakt door een drietal adviesverzoeken in te dienen. Een van deze adviesverzoeken ziet op de locatie [adres] in Tilburg.
2.2.
Op 30 januari 2024 heeft de burgemeester, naar aanleiding van een herbeoordeling van het adviesverzoek van eiseres, aangegeven dat de locatie [adres] in Tilburg niet langer in aanmerking komt voor de aanvraag van een exploitatievergunning ten behoeve van een nieuw te vestigen coffeeshop. De reden hiervoor is dat de beoogde locatie niet voldoet aan de locatiecriteria uit de Beleidsregels.
2.3.
Eiseres heeft hier bezwaar tegen gemaakt.
2.4.
De burgemeester heeft in de beslissing op bezwaar van 10 juni 2025 het bezwaar, overeenkomstig het advies van de commissie voor de bezwaarschriften, niet-ontvankelijk verklaard (het bestreden besluit). De brief van 30 januari 2024 is namelijk volgens de burgemeester geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.
2.5.
Eiseres heeft hier op 21 juli 2025 beroep tegen ingesteld.
2.6.
De burgemeester heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.7.
De rechtbank heeft het beroep op 1 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben namens eiseres [persoon] en de gemachtigde deelgenomen. Namens de burgemeester waren mr. [vertegenwoordiger 1] , mr. [vertegenwoordiger 2] en [vertegenwoordiger 3] aanwezig.
2.8.
De rechtbank heeft de termijn voor het doen van uitspraak verlengd.
Omvang van het geding
3. Omdat de burgemeester het bezwaarschrift niet-ontvankelijk heeft verklaard in het bestreden besluit, blijft de omvang van het geding beperkt tot de beoordeling van de ontvankelijkheid van het bezwaarschrift. De rechtbank gaat in deze uitspraak dus niet in op inhoudelijke beroepsgronden.

Beoordeling door de rechtbank

Is de brief van 30 januari 2024 een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb?
4. De rechtbank overweegt dat alleen bezwaar kan worden gemaakt tegen een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Dat volgt uit artikel 8:1 van Pro de Awb in samenhang met artikel 7:1 van Pro de Awb. Een besluit is een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
4.1.
Niet in geschil is dat de brief van 30 januari 2024 voldoet aan het schriftelijkheidsvereiste en dat de brief afkomstig is van een bestuursorgaan. In geschil is wel of de brief een publiekrechtelijke rechtshandeling bevat.
4.2.
Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) eerder heeft overwogen, is een rechtshandeling een handeling die is gericht op rechtsgevolg. Een beslissing heeft rechtsgevolg indien zij erop is gericht een bevoegdheid, recht of verplichting voor een of meer anderen te doen ontstaan of teniet te doen, dan wel de juridische status van een persoon of een zaak vast te stellen. [1]
Een rechtshandeling is als publiekrechtelijk aan te merken als deze is gebaseerd op een wettelijk voorschrift van publiekrechtelijke aard, dan wel strekt tot uitvoering van een (wettelijke) publieke taak. In specifieke gevallen heeft de bestuursrechtspraak ook wel een (bekendgemaakte) beleidsregel aanvaard als een voldoende publiekrechtelijke grondslag voor een besluit. [2]
4.3.
In Tilburg gold het Coffeeshopbeleid Tilburg 2020, zoals gewijzigd in oktober 2022 (hiervoor en hierna Beleidsregels genoemd). Op basis van de Beleidsregels was er ruimte voor uitbreiding van het aantal coffeeshops in Tilburg. In de Beleidsregels was een procedure opgenomen voor de uitbreiding van het aantal coffeeshops. Allereerst was er de registratie van belangstellenden, waarbij belangstellenden hun belangstelling kenbaar konden maken. Hierbij moesten belangstellenden gegevens over bepaalde onderwerpen overleggen. Op basis van de belangstellingsregistratie en de overgelegde gegevens vond een toetsing plaats van de in hoofdstuk 4 van de Beleidsregels opgenomen vestigingscriteria. Als de belangstellende hier niet aan voldeed, zou hij ook niet meer meedingen voor een exploitatievergunning voor een coffeeshop.
4.4.
De rechtbank stelt vast dat de Beleidsregels zien op de uitvoering van een publieke taak die de burgemeester is opgedragen op grond van de wet, namelijk artikel 174 van Pro de Gemeentewet. Hierin is opgenomen dat de burgemeester is belast met het toezicht op voor het publiek openstaande gebouwen. Dit artikel is ook genoemd in de Beleidsregels. Onder voor publiek openstaande gebouwen kunnen, ook gelet op de inhoud van de Beleidsregels, ook coffeeshops worden verstaan.
4.5.
Naar het oordeel van de rechtbank is de brief van 30 januari 2024 gericht op rechtsgevolg. In de brief staat namelijk dat de locatie [adres] in Tilburg niet langer in aanmerking komt voor de aanvraag van een exploitatievergunning. Feitelijk komt dit neer op een weigering van een exploitatievergunningaanvraag. De procedure in de Beleidsregels moet immers gezien worden als een voortoets om te beoordelen of een aanvraag van een exploitatievergunning zin heeft met het oog op de weigeringsgronden uit artikel 41 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening Tilburg. Pas als de adviesaanvraag, die een groot deel van de criteria op basis waarvan een exploitatievergunning kan worden verleend omvat, door de voortoets heen is, kon een aanvraag voor een exploitatievergunning worden ingediend. In de voortoets werd beoordeeld of de voorgenomen coffeeshop voldoet aan de in hoofdstuk 4 genoemde vestigingscriteria. Ook in de beoordeling van de aanvraag voor een exploitatievergunning wordt, gelet op de weigeringsgronden van artikel 41, onderzocht of de coffeeshop paste in de wijk van voorgenomen vestiging. Ook wordt beoordeeld of de woon- en leefsituatie ter plaatse op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed of zal worden beïnvloed als gevolg van de vestiging. Hoewel het eiseres, zoals ter zitting namens de burgemeester is betoogd, in principe vrij staat om een aanvraag te doen voor een exploitatievergunning, blijkt uit de brief dat dit geen zin heeft.
Dit zou betekenen dat eiseres tegen het rechtsgevolg van deze brief, namelijk dat zij de voorgenomen coffeeshop niet kan vestigen op de door haar gewenste locatie, geen rechtsbescherming kan inroepen.
Het besluit dat in de brief van 30 januari 2024 is opgenomen, is niet gebaseerd op een wettelijk voorschrift. Wel heeft de brief naar het oordeel van de rechtbank rechtsgevolg dat publiekrechtelijk van aard is. De brief vindt zijn grondslag namelijk in beleid dat is opgesteld ter uitvoering van een publiekrechtelijke taak.
4.6.
Aldus is de rechtbank is van oordeel dat de brief van 30 januari 2024 een publiekrechtelijke rechtshandeling bevat en dat de brief dus is aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.

Conclusie en gevolgen

5. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de burgemeester het bezwaar van eiseres ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. De brief van 30 januari 2024 is namelijk een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Eiseres krijgt gelijk en het beroep is dus gegrond.
5.1.
De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat de burgemeester een nieuw besluit op het bezwaar moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft de burgemeester hiervoor zes weken. De rechtbank is zich ervan bewust dat normaal gesproken bij nemen van een nieuw besluit op het bezwaar ex nunc wordt getoetst.. De rechtbank draagt de burgemeester op om bij een nieuw te nemen besluit op het bezwaar ex tunc te toetsen. Dit betekent dat de burgemeester zich bij de beoordeling dient te richten op het beleid zoals dat is neergelegd in de Beleidsregels Het doel hiervan is om te voorkomen dat eiseres in een slechtere positie komt te verkeren door het instellen van het beroep. Als eiseres ten tijde van het primaire besluit van 30 januari 2024 een aanvraag voor een exploitatievergunning zou hebben ingediend, zou deze ook naar het beleid zoals neergelegd in de Beleidsregels zijn beoordeeld.
5.2.
Omdat het beroep gegrond is, moet de burgemeester het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres een vergoeding voor haar proceskosten. De burgemeester moet deze proceskostenvergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiseres een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft een bezwaarschrift ingediend, de hoorzitting in bezwaar bijgewoond, een beroepschrift ingediend en heeft aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. In bezwaar heeft elke proceshandeling een waarde van € 666,00; in beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,00. Omdat de zaak een neutraal gewicht heeft, is factor 1,0 toegepast. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 3.200,00.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt het de burgemeester op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eiseres met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 385,00 aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt de burgemeester in de proceskosten tot een bedrag van € 3.200,00 (wegens kosten van rechtsbijstand), te vergoeden aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van mr. T.J. Janzing, griffier, op 10 juli 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving (voor zover relevant)
Algemene Plaatselijke Verordening Tilburg

Artikel 38

Vergunning.
Het is de exploitant verboden om zonder vergunning van de burgemeester een inrichting te exploiteren.
De burgemeester kan aan de vergunning voorschriften verbinden.
De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift voor een of meer afzonderlijke inrichtingen andere sluitingstijden vaststellen dan de in artikel 32 genoemde Pro.
De burgemeester beschikt binnen dertien weken op een vergunningaanvraag.
Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor inrichtingen, waarin horeca-activiteiten worden uitgeoefend, die uitsluitend zijn aan te merken als additionele horeca-activiteiten.
Van additionele horeca-activiteiten is slechts sprake, als voldaan wordt aan de volgende eisen :
de horeca-activiteit is ondergeschikt aan een andere activiteit, die betrekking heeft op detailhandel of dienstverlening en die in hetzelfde pand wordt uitgeoefend. De horeca-activiteit mag inclusief een eventueel terras maximaal 33% van het totale verkoopvloeroppervlak van het betreffende pand in beslag nemen.
de horeca-activiteit wordt uitsluitend uitgeoefend gedurende de openingstijden van de hoofdactiviteit en de ruimte, waarin de horeca-activiteit plaatsvindt is niet los van de hoofdactiviteit toegankelijk. Ook wordt deze niet aan derden verhuurd of anderszins in gebruik gegeven.
Voor de horeca-activiteit wordt geen reclame gemaakt.
Er worden geen alcoholhoudende dranken verstrekt.
r is geen sprake van een terras op de openbare weg.

Artikel 39

Gedragseisen.
Voor het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 38, voor een inrichting waarin geen alcoholhoudende dranken worden verstrekt, moet worden voldaan aan het in het volgende lid bepaalde.
De leidinggevenden dienen aan de volgende eisen te voldoen:
zij dienen te voldoen aan de eisen gesteld in het Alcoholbesluit, zoals dat luidt ten tijde van de aanvraag;
zij dienen niet onder curatele te staan;
zij dienen niet in enig opzicht van slecht levensgedrag te zijn;
zij dienen de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt te hebben.
3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het bepaalde onder d van het tweede lid.
4. Bij uitbreiding van het aantal leidinggevenden alsook bij wijziging van de persoon van de leidinggevende dient de exploitant hiervan melding te doen aan de burgemeester. Voor de nieuwe leidinggevende(n) geldt het bepaalde in het tweede lid.

Artikel 40

Inrichtingseisen.
Voor inrichtingen waarin geen alcoholhoudende dranken worden verstrekt geldt, dat tenminste één horecalokaliteit een vloeroppervlakte dient te hebben van 25 m².
In een inrichting waarin geen alcoholhoudende dranken worden verstrekt moet tenminste een toilet aanwezig zijn dat toegankelijk is voor bezoekers.
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid.

Artikel 41

Weigering vergunning.
De burgemeester kan de vergunning weigeren als bedoeld in artikel 38, indien de vestiging of exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met het omgevingsplan.
De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in artikel 38 geheel Pro of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen, dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed of zal worden beïnvloed door de aanwezigheid van het horecabedrijf.
Bij de toepassing van de in het tweede lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin het horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van het horecabedrijf en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse blootstaat of zal komen te staan door de exploitatie van het horecabedrijf.
De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in artikel 38, voor een inrichting waarin geen alcoholhoudende dranken worden verkocht, eveneens als niet voldaan is aan één of meer van de in artikel 39 en Pro 40 genoemde eisen.
De burgemeester weigert een vergunning voor het exploiteren van een inrichting, waarin alcoholhoudende dranken worden verkocht, eveneens als de leidinggevende van het horecabedrijf niet in het bezit is van een vergunning als bedoeld in artikel 3 Alcoholwet Pro.
De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in artikel 38 eveneens Pro weigeren, indien één of meer leidinggevenden van een inrichting binnen drie jaar voor de indiening van de vergunningaanvraag een horeca-inrichting heeft geëxploiteerd of daar leiding aan heeft gegeven, die wegens het aantasten van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder begrepen, gesloten is geweest dan wel waarvoor de vergunning om die reden is ingetrokken.
Coffeeshopbeleid Tilburg 2020 — 1e wijziging oktober 2022

6. uitvoeringsbeleid

6.1
procedure vestiging coffeeshop
Het Coffeeshopbeleid Tilburg 2020 biedt op twee manieren ruimte voor nieuwe
coffeeshops. Op de eerste plaats ontstaat deze ruimte doordat in deze beleidsregel gefaseerd wordt toegewerkt naar een maximum van 13 coffeeshops.
Daarnaast kan het voorkomen, ook wanneer dit maximum is bereikt, dat een coffeeshop
om welke reden dan ook verdwijnt. Het moet dan gaan om een daadwerkelijke beëindiging van de activiteiten van de coffeeshop. Bijvoorbeeld doordat de exploitant vrijwillig stopt of de exploitatievergunning wordt ingetrokken. In geval van een tijdelijke sluiting ontstaat er geen ruimte voor een nieuwe coffeeshop.
In beide gevallen kan een proces worden gestart dat leidt tot verlening van een exploitatievergunning van één of meerdere coffeeshops.
Er is, in de zin van het Coffeeshopbeleid Tilburg 2020 sprake van ruimte voor een nieuwe coffeeshop indien het aantal coffeeshops met een geldende exploitatievergunning kleiner is dan 13.

Procesbeschrijving

Beleidsruimte burgemeester
Op grond van artikel 13b van de Opiumwet heeft de burgemeester de bevoegdheid bestuursrechtelijk op te treden tegen een coffeeshop die de voorwaarden overtreedt. Tevens is de burgemeester op grond van 174 Gemeentewet belast met het toezicht op voor het publiek openstaande gebouwen en de daarbij behorende erven. Daaronder vallen ook coffeeshops.
Binnen dit wettelijk kader heeft de burgemeester beleidsruimte om bijvoorbeeld het moment en tempo te kiezen waarbinnen, gegeven een ontstane ruimte voor een extra coffeeshop, een nieuwe coffeeshop zal kunnen worden geopend. Met andere woorden: als er ruimte ontstaat voor een nieuwe coffeeshop in de zin van het Coffeeshopbeleid Tilburg 2020 kunnen belanghebbenden of derden geen rechten of gerechtvaardigde verwachtingen ontlenen ten aanzien van het moment dat een aanvraag kan worden ingediend voor een exploitatievergunning.
Onderdeel van de beleidsruimte van de burgemeester is tevens de bevoegdheid het beschreven proces te starten voor een vooraf beschreven deel van de stad. Bij een aanwijzing van het gebied/ straat of deel daarvan waarin juist wel of geen nieuwe coffeeshops gevestigd mogen worden waar voornoemd proces start, worden de gebiedsprogramma’s en de advisering vanuit het college van burgemeester en wethouders betrokken.
Registratie van belangstellenden
Indien de burgemeester besluit tot het starten van de procedure tot uitbreiding van het aantal coffeeshops, wordt een periode bepaald waarbinnen belangstellenden hun belangstelling kenbaar kunnen maken. Daarbij wordt aangegeven welke gegevens belangstellenden dienen te overleggen. Dit zijn in ieder geval:
• Binnen de gebieden, die door de burgemeester zijn aangewezen voor een mogelijk nieuwe coffeeshop: een locatie met horecabestemming volgens het vigerende bestemmingsplan, waar de belangstellende een coffeeshop wenst te vestigen, door belangstellende nader aangeduid met adres en kadastrale aanduiding. Of een verzoek tot meewerken wijziging bestemmingsplan.
• Een parkeeronderzoek, uitgevoerd door een onafhankelijke derde, dat inzicht geeft in de omgeving aanwezige parkeergelegenheid en de actuele parkeerdruk.
• Een bewijs van eigendom, dan wel een huurovereenkomst van die locatie waaruit blijkt dat de belangstellende daarvan de eigenaar of huurder is. Een schriftelijke optie tot koop dan wel huur kan volstaan, mits deze de naam en adresgegevens (KvK-gegevens indien een rechtspersoon) vermeldt van de optiegever, alsmede een bewijs dat deze optiegever bevoegd is deze optie te verlenen.
• De natuurlijke dan wel rechtspersoon die voornemens is de coffeeshop te
exploiteren:
Ingeval van een natuurlijk persoon:
- Een kopie van een geldig legitimatiebewijs, met daarop zichtbaar
het BSN- nummer.
In geval van een rechtspersoon:
- Een afschrift van een inschrijving van de Kvk;
- Het BTW –nummer;
- Legitimatiebewijzen van de bestuurders / directieleden van de
Vennootschap;
- Ingeval van een besloten vennootschap, het aandelenregister;
- Ingeval van een commanditaire vennootschap, de naam of namen
en adresgegevens van de commanditaire vennoten.
Fixatie
De hiervoor genoemde overgelegde gegevens worden gefixeerd. Dat betekent dat de hiervoor overgelegde gegevens mede de basis vormen voor de verdere stappen in het proces. Indien deze gegevens tussentijds, dat wil zeggen op enig moment gedurende dat lopende proces wijzigen, dingt de belangstellende niet langer mee naar een exploitatievergunning voor een coffeeshop. Een uitzondering hierop is de omzetting van een optie voor een koopovereenkomst of een optie voor een huurovereenkomst naar een daadwerkelijke koop- of huurovereenkomst.
De belangstellende overlegt een bedrijfsplan waaruit in ieder geval blijkt:
• Hoe de onderneming wordt gefinancierd en wie de vermogensverschaffers zijn, daaronder begrepen vreemd vermogen, achtergestelde leningen en verkregen of verleende borgstellingen of garantiestellingen;
• Hoe de onderneming voornemens is zorg te dragen voor de informatieverstrekking aan haar bezoekers over de risico's van cannabisgebruik;
• Hoe de onderneming zal voorkomen dat door vestiging en exploitatie van de coffeeshop, daar in de directe omgeving onevenredige overlast is, of onevenredige druk op de leefbaarheid ontstaat;
• Hoe de onderneming zal voorkomen dat minderjarigen (ruimtes behorende tot) de coffeeshop betreden;
• Hoe de onderneming zal voorkomen dat minderjarigen zich ophouden in de directe nabijheid van de coffeeshop.
Vestigingscriteria
Op basis van de belangstellingsregistratie en de daar overlegde gegevens vindt een toetsing plaats van de opgestelde (vestigings)criteria zoals genoemd in hoofdstuk 4 en de geldende parkeernorm. Indien de belangstellende hier niet aan voldoet, dingt hij niet langer mee voor een exploitatievergunning voor een coffeeshop.
Beoordeling overlegde gegevens
De burgemeester beoordeelt de door de belangstellende overgelegde gegevens op inhoud, volledigheid en juistheid ten aanzien van de gestelde kaders. Indien die gegevens niet volledig of juist zijn, krijgt de belangstellende een hersteltermijn van 2 weken.
De belangstellenden van wie de overgelegde gegevens niet volledig en/of juist worden bevonden, worden hierover schriftelijk geïnformeerd.
Indien de door belangstellende overgelegde gegevens volledig en juist worden
bevonden, komt de belangstellende in aanmerking voor de volgende stap in het proces.
Loting
Belangstellenden die na toetsing van de overlegde gegevens nog meedingen naar een exploitatievergunning voor een coffeeshop, participeren in een loting. Deze loting vindt plaats in opdracht van de burgemeester van de gemeente Tilburg. De loting is openbaar en vindt plaats door een notaris op een door de burgemeester aan te wijzen locatie en tijdstip. Belangstellenden die aan de loting deelnemen ontvangen voor die deelname een schriftelijke uitnodiging namens de burgemeester. De gegevens die eerder zijn overlegd, dienen tijdens het gehele beoordelingsproces ongewijzigd te blijven. Zie hiervoor het onderdeel Fixatie.
Selectie
Via loting wordt één belangstellende gekozen die schriftelijk wordt uitgenodigd een aanvraag voor een horeca-exploitatievergunning voor een coffeeshop te in dienen. In deze schriftelijke uitnodiging word het proces hieromtrent nader toegelicht.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van de Afdeling van 13 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3828.
2.Zie de uitspraak van de Afdeling van 18 november 1987, ECLI:NL:RVS:AM9615.