ECLI:NL:RBZWB:2026:6432

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 juli 2026
Publicatiedatum
15 juli 2026
Zaaknummer
NL:TZ:0000241625:B001 (E)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Speekenbrink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing machtiging oprichting B.V. voor beheer vermogen verstandelijk beperkte betrokkene

Verzoekers hebben bij de kantonrechter een verzoek ingediend om machtiging te verkrijgen voor het oprichten van een besloten vennootschap (B.V.) op naam van betrokkene, die verstandelijk beperkt is en in een zorglocatie woont. De bedoeling was om het vermogen dat betrokkene via schenking van zijn moeder ontvangt, onder te brengen in deze B.V. om het vermogen stabiel en veilig te beheren.

De kantonrechter heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van een eerdere uitspraak van het gerechtshof Den Bosch, waarin werd geoordeeld dat het overhevelen van vermogen naar een B.V. het vermogen onttrekt aan het wettelijke toezicht van de kantonrechter. Dit toezicht is essentieel om de belangen van betrokkene te waarborgen, omdat de bestuurders van de B.V. geen wettelijke verplichting hebben tot verantwoording aan de kantonrechter.

Hoewel verzoekers bereid waren jaarlijks verantwoording af te leggen over het beleid van de B.V., ontbreekt hiervoor een wettelijke grondslag en kunnen bij schending geen sancties worden opgelegd. Daarom is het verzoek afgewezen omdat toewijzing het toezichthoudend vermogen van de kantonrechter zou ondermijnen.

Uitkomst: Verzoek tot machtiging oprichting B.V. voor beheer vermogen betrokkene wordt afgewezen wegens ontbreken van toezicht door kantonrechter.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Toezicht
Locatie Tilburg
toezichtnummer
:
NL:TZ:0000241625:B001
CBM-nummer
:
BM8347
beschikkingsnummer
:
2
datum
:
9 juli 2026

Beschikking van de kantonrechter

op verzoek van:
[verzoeker 1],
en
[verzoeker 2],
beiden wonende te [woonadres],
hierna te noemen: verzoekers,
met betrekking tot:

[betrokkene],geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969,wonende op een bij de kantonrechter bekend geheim adres,hierna te noemen: betrokkene.

Procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 5 mei 2026.
Het verzoek is mondeling behandeld op 15 juni 2026, in aanwezigheid van verzoekers. De griffier heeft aantekeningen gemaakt tijdens de zitting.

Beoordeling

Verzoekers vragen machtiging voor het oprichten van een besloten vennootschap (hierna te noemen: B.V.) op naam van betrokkene.
Verzoekers lichten het verzoek als volgt toe:
De woning van de moeder van betrokkene en verzoeker 1 is verkocht. Moeder heeft expliciet de wens geuit dat de opbrengst van de woning direct wordt verdeeld tussen haar twee erfgenamen: verzoeker 1 en betrokkene. Nu betrokkene verstandelijk beperkt is en woonachtig is binnen een zorglocatie van Amarant, is het gezien zijn situatie van groot belang dat zijn vermogen op een stabiele, veilige en overzichtelijke wijze wordt beheerd, met inachtneming van alle geldende wet- en regelgeving.
Na overleg met een onafhankelijk financieel adviseur hebben verzoekers het voorstel gedaan om het vermogen dat toekomt aan betrokkene middels een schenking van moeder, zal worden ondergebracht in een nog op te richten B.V. Deze B.V. zal geen ondernemingsactiviteiten verrichten en het beheer hiervan zal worden gevoerd door de bewindvoerders.
De kantonrechter is, gelet op de ontvangen informatie, van oordeel dat het niet in het belang van de betrokkene is om de machtiging te verlenen. De kantonrechter heeft voor de beoordeling van dit verzoek aansluiting gezocht bij een uitspraak van het gerechtshof Den Bosch ECLI:NL:GHARL:2014:7556. Het Hof heeft hierin overwogen dat met het verlenen van de gevraagde machtiging voor de oprichting van de B.V. en het overhevelen van een bedrag naar die B.V., een aanzienlijk deel van het vermogen van de betrokkene aan het met wettelijke waarborgen omklede stelsel van toezicht door de kantonrechter zal worden onttrokken. In dat geval wordt het overgehevelde vermogen namelijk beheerd door de bestuurders van de B.V. Toezeggingen van het bestuur, al dan niet in de persoon van de bewindvoerder, tot het afleggen van rekening en verantwoording over het gevoerde beleid van die B.V. hebben geen wettelijke grondslag. Schending van die toezeggingen kennen geen wettelijke sanctie. De kantonrechter heeft ten aanzien van die B.V. dus geen enkele wettelijke taak of bevoegdheid. Gelet hierop heeft het gerechtshof geoordeeld dat de door de bewindvoerder verzochte machtiging niet kon worden verleend.
Tijdens de zitting hebben verzoekers aangegeven bereid te zijn jaarlijks rekening en verantwoording af te leggen over het gevoerde beleid van de B.V. Onder verwijzing naar bovengenoemde uitspraak van het gerechtshof is de kantonrechter van oordeel dat voor deze toezegging de wettelijke grondslag ontbreekt. Dat betekent dat bij een eventuele schending hiervan geen sancties opgelegd kunnen worden. De kantonrechter kan dan ook niet anders dan het verzoek af te wijzen, omdat zij bij toewijzing ervan haar toezichthoudende taak niet kan uitoefenen.

Beslissing

De kantonrechter wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Speekenbrink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2026.
Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.