Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster
de burgemeester van de gemeente Rucphen, de burgemeester.
Stichting Thuisvester,uit Oosterhout, de derde-partij
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De burgemeester van de gemeente Rucphen heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet besloten een woning te sluiten voor drie maanden vanwege de vondst van 1321 gram GHB en meldingen van drugsgerelateerde overlast. Verzoekster, huurder van de woning, heeft hiertegen een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om de sluiting te schorsen.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting, gelet op de hoeveelheid aangetroffen harddrugs die de toegestane hoeveelheid voor eigen gebruik ruim overschrijdt, en de meldingen over drugshandel en overlast. De sluiting is geschikt, noodzakelijk ter bescherming van het woon- en leefklimaat en evenwichtig, mede omdat verzoekster geen verwijtbaarheid ontkent en geen bijzondere binding met de woning heeft aangetoond.
De duur van drie maanden volgt uit het gemeentelijke beleid en is niet willekeurig. De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek om voorlopige voorziening onvoldoende kans van slagen heeft en wijst het af. Het besluit tot sluiting blijft daarmee in stand en er is geen aanleiding voor vergoeding van kosten. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen en de sluiting blijft gehandhaafd.